zaterdag, juni 18, 2011

Een betoog is een verhaal

Het komt natuurlijk vreemd over: Iemand houdt een betoog met de nodige onderbouwing. En dat dan gevraagd wordt: "Waarom dit verhaal. Waarom deze stellingname? Waarom gekozen voor deze argumenten, voorbeelden, analogieën?".

Dus een simpele waarom-vraag i.p.v. kritiek, etiketteren, vragen naar de waarheidswaarde of komen met een eigen verhaal.


Een ontregelende vraag, want de spreker meende -in alle oprechtheid- klaar te zijn. Een beetje een gemene vraag ook, want argumenten geven voor argumenten dat is een gebed zonder end.


Het ware beter geweest, wanneer de film Fitna als verhaal zou zijn geaccepteerd of beter: als een verhaal. Dat het oordeel was opgeschort ( "einklammeren" heet dit tussenhaakjes zetten van de werkelijkheid bij Husserl). En dat nieuwsgierig was gevraagd naar het verhaal achter het verhaal, naar het wereldbeeld en naar de gronden van het engagement.


Dit is duidelijk niet de insteek van de zgn. inquisitie-journalistiek. Nee, het Fitna-verhaal bijv. mocht niet worden verteld (en meteen zegt iemand: "Dat mocht wel!") en moest kapot. Menigeen waande zich verzetsstrijder en voelde zich tot een mening verplicht.


Ik pleit voor meer maieutiek in de journalistiek. Een journalist zou meer vroedvrouw moeten zijn, zodat de geïnterviewde zijn verhaal kan doen en tot zijn recht komt.


rkh, 16-06-2011

vrijdag, juni 10, 2011

Rouvoet, jurist

Het verbaast Rouvoet dat hij tegenover liberalen die een teveel aan Islam/moslims suggereren, de vrijheid van godsdienst moet verdedigen. Dat begrijpt hij niet. [P&W, 29-04-2011].


Dit is typisch het onbegrip van een jurist die heeft geleerd in termen van Gelijkheid te denken, waarbij van inhoud wordt geabstraheerd. Alle godsdiensten moeten de jurist even lief zijn. Zo staat geschreven en dat is heilig.


Deze juridische kijk bepaalt het wereldbeeld van Rouvoet. Over de zwarte kant van de Islam wordt dan ook niet gerept. Nix aan de handa (Reve) wat dat betreft.

Maar als politicus moet Rouvoet natuurlijk ook wat vinden, dus krijgen de "populisten" de schuld. Hij keert zich dan ook tegen "het maatschappelijk sentiment dat we niet te veel moslims moeten hebben".


Het is deze juridische benadering die hem van zijn achterban heeft vervreemd. Die kijkt TV, hoort radio en leest de krant en denkt: "Nog meer moslims? Over mijn lijk".

Met recht kan gezegd worden dat de herder van de kudde is afgedwaald.

rkh, 03-04-2011

donderdag, juni 09, 2011

Een nieuwe dooddoener

De uitdrukking "fact free policy" is in opkomst. Wie de uitdrukking gebruikt, beweert iets: namelijk dat sommige politici zo maar iets zeggen zonder basis in de feiten. Waar is deze bewering zelf op gebaseerd? Wat zijn de feiten?

Volgens mij, doet iemand die wil overtuigen altijd beroep op feiten. De liefhebber van polygamie bijv. zal zeggen, dat deze constructie weduwen beschermt, dat veelwijverij het libido van de man beteugelt etc.
Het kan zijn dat je iets geen feit vindt, dat feiten niet kloppen of dat je het er niet mee eens bent. Maar een politieke stellingname is nimmer "fact free", althans niet voor alle partijen. Zie ook het kernenergie-debat of het debat over een verbod op ritueel slachten. Een discussie gaat tegenwoordig niet meer zonder een beroep op wetenschappelijke rapporten. Sterker nog: er is de neiging wetenschap te laten beslissen (Maar zoals Martin Sommer opmerkt: "Feiten nemen geen besluiten").

"Fact free policy" is -net als "onderbuik", "irrationeel", "populisme" en "extreem-rechts"- een etiket waarmee de etikettenplakker kenbaar maakt ergens niet mee eens te zijn. Niets meer en niets minder. Er wordt niets beschreven, behalve dan de gemoedstoestand van de plakker.
De keuze voor dergelijke pejoratieve woorden/uitdrukkingen is politiek bepaald.

Het verwijt van "fact free policy" is dus -volgens mij- het enige voorbeeld van "fact free policy". Het verwijt is namelijk nergens op gebaseerd.

rkh, 07-06-2011

woensdag, april 20, 2011

Een discursief volkje

Grote veranderingen gaan in Nederland niet gepaard met groot verzet. Denk aan de onderwijsdemocratisering van '70. Denk aan het gekraak en het gedoog. Denk aan het homohuwelijk.
Waarom heeft de zwijgende meerderheid geen verweer en is er geen verzet, terwijl ze toch wel tegen is?

Ter verklaring wordt meestal verwezen naar de traditie van tolerantie en die van 'wegkijken'. Dat zal allemaal waar zijn. Maar de afwezigheid van een verzetstraditie heeft er ook mee te maken dat we een "discursief volkje" zijn. En misschien is deze discursieve inslag wel funderend voor de tolerantie en onverschilligheid.

Met "discursief volkje" bedoel ik, dat wij -Nederlanders- alles willen beredeneren. Wij stellen rede boven intuïtie, ratio boven emotie, woord boven zweep.
We willen redeneren, maar ontdekken dan algauw dat we geen verweer hebben, dat we niets te zeggen hebben. En dat heeft er mee te maken dat wat is, net zo goed niet had kunnen zijn en omgekeerd. De wereld hangt van contingenties aan elkaar en dan is het moeilijk redeneren.

Het heeft niet veel gescheeld of we hadden nu een pedo-vriendelijke wetgeving en praktijk gehad. Met de zegen van Hirsch Ballin en Rabbae en de zwijgende meerderheid zou het hebben geslikt. Dat het uiteindelijk niet doorging, heeft niets met argumenten te maken, maar alles met toeval, namelijk met Dutroux.

rkh, 18-04-2011

woensdag, april 06, 2011

"Mensen die kunnen en willen werken"

Ik hoorde afgelopen weekend bovenstaande uitdrukking weer eens langskomen*. De uitdrukking irriteert. Ik hoor er begrip voor werkweigeraars in. Hoe kan dat?

Er wordt niet gezegd: "Mensen die (graag) willen werken ....". Dan is het duidelijk en heb ik geen punt.
Maar de zinsnede is: "Mensen die kunnen en willen werken". Wat voegt "kunnen" toe?

Is het om te onderscheiden van "Mensen die niet kunnen werken, maar wel willen werken"? Dat is een categorie die aandacht behoeft, maar is hier niet het onderwerp.

Of is het om te contrasteren met "Mensen die wel kunnen, maar niet willen werken"? Maar daar hebben we "kunnen" helemaal niet voor nodig en verder is het geen reëel alternatief om tegen af te zetten en daarmee de onderhanden uitdrukking betekenis te geven. Toch resoneert deze variant mee.

Door "kunnen" toe te voegen, krijgt "willen" ("kunnen én willen") extra nadruk en daardoor lijkt "niet willen" een reële mogelijkheid. Zoals ook een al te expliciet "ik heb het niet gedaan!" verdenking oproept.
"Mensen die kunnen en willen werken" suggereert dat er iets te kiezen valt. Dat uitkering of werk de keuze is die voorligt.

Het is SP-jargon. Een SP'er ziet immers niet graag dat een werkeloze verplicht wordt lang te reizen, beneden zijn niveau te werken of loon in te leveren**. Het willen is conditioneel.
Subliminaal krijgen we het SP-gedachtegoed zo toch nog binnen: mensen zijn zielig, het is allemaal de schuld van het kapitaal.

* Waarschijnlijk hoorde ik dat uit de mond van Dennis de Jong (SP-lid van het Europees Parlement) die net het armoede netwerk had bezocht.
** Enquête van De Hond.
rkh, 04-04-2011

zondag, april 03, 2011

Drie missers op 1

In het NOS-radio 1-journaal van 29 maart is naturalisatie één van de onderwerpen. Donner stelt een aanscherping van de eisen voor. Er moet beter gekeken worden naar inkomen, taalvaardigheid en beroepskwalificatie.

De aanscherping zou -volgens Donner- de nieuwe Nederlander "maximaal stimuleren mee te doen in de samenleving". Dat is de eerste misser. Want, waarom moeten WIJ iemand stimuleren die hier uit zichzelf naar toe is gekomen? Wie stimulering behoeft, moet vooral wegblijven. Verhullende taal houdt de burger voor gek.

De verslaggevers van dienst Laura Rensen en Marcel Oosten kiezen voor de aanval, maar dan vanuit een zeer bepaalde hoek, namelijk die van "kan niet, mag niet". Dat is de tweede misser. Dus bijv. geen vragen over wat een nieuwkomer met een minimumloon (de minimum eis) bijdraagt en of heffen van een toegangsprijs niet voor de hand ligt.
Hier wordt vanuit de nieuwkomer gedacht, niet vanuit de samenleving.

De derde misser is de Maastrichtse hoogleraar rechtsvergelijking René de Groot om commentaar vragen. Volgens mij een vakidioot die niet zelf over (het) recht heeft nagedacht, slechts reproduceert wat staat geschreven en angstvallig binnen de lijntjes kleurt*.
De geleerde vermoedt dat kwalificatie-eisen stellen, indirecte discriminatie is. Want vrouwen zullen hier eerder slachtoffer van worden dan mannen.
Ook de inkomenseis is -volgens hem- een wassen neus. Want volgens Europees recht heeft in principe iedereen die hier meer dan 10 jaar verblijft, recht op een Nederlands paspoort.
Exit Donner. De Groot stelt beide verslaggevers niet teleur.


* Een paar jaar terug schreef De Groot een stuk over het dubbele paspoort. Vervolgens werd hij overal uitgenodigd tot aan Buitenhof toe. Zijn optreden vond ik steeds zwak. Bij Mieke van der Wey in het Oog kon hij geen enkel probleem met dit -volgens mij- juridisch monstrum bedenken.
Lange tijd niets meer vernomen en zie daar. Twan Tak uitnodigen had een ander verhaal opgeleverd.

rkh, 02-04-2011

donderdag, maart 31, 2011

Op naar de politiestaat

Mensen van ADO Den Haag zongen op een feestje uit volle borst "We gaan op jodenjacht" en "Hamas, Hamas, alle joden aan het gas". Reden voor Buitenhof om hier op 27/3 aandacht aan te besteden.

Simon Kuper* gooit het op wetgeving en strikte handhaving. Voor spelers en functionarissen ziet hij in dezen uitdrukkelijk geen taak; het is een taak van de overheid.

Dat is tegelijkertijd een misverstand en een gemiste kans. Want een cultuur, een mentaliteit verander je pas echt wanneer prominenten, iconen en idolen zich op het juiste moment in waarderende of afkeurende bewoordingen** uitspreken.
Waarden en normen sla je er niet in. Alleen een politiestaat kan de schijn van succes hooghouden.

Kuper claimt dat de remedie van wetgeving en handhaving in Groot-Brittannië succesvol is; in het stadion wordt niet meer met bananen gegooid. De vraag hoe het er dan buiten het stadion aan toe gaat, werd in Buitenhof niet gesteld, dus ook niet de vraag of we een politiestaat willen ja dan te nee. Kuper lijkt in ieder geval voor de politiestaat te kiezen.


* Een Brit, die zijn jeugd in Nederland doorbracht.

** Zo had Balkenende -de man van waarden en normen- zich over het Nederlands voetbal in Zuid-Afrika moeten uitlaten. Met name over Nigel de Jong (een Antilliaanse Nederlander) die er geen been inziet een ander letterlijk de poten te breken.
p.s.: Heeft er al eens iemand opgewezen dat "Balkende" een mooi voorbeeld is van het inslikken van lettergrepen?

rkh, 31-03-2011

maandag, maart 28, 2011

Pechtold en de dissonanten

Tegenstrijdige informatie geeft cognitieve dissonantie. Tegenstrijdigheden moeten worden opgeheven op straffe van kortsluiting in het hoofd. De strategie is daarbij om wat niet uit komt klein te maken, wat positief is uit te vergroten en vol op het orgel te gaan jegens andersdenkenden.

Hoe gaat bijv. een Pechtold om met stuitende berichten uit de multiculturele samenleving? Bloeme Evers (moeder van de rabbijn) die het voor de Joden in Amsterdam somber inziet (Trouw). Twee psychiaters van Turkse komaf die de samenleving voor miljoenen tillen (Telegraaf). Goudse jongeren die hun minachting (?) voor Hollandse meisjes botvieren (Powned). Enthousiaste, witte leraressen die het klimaat op het pas opgerichte Islamitisch college Amsterdam al na één jaar zien veranderen, die zich vernederd en geïntimideerd voelen en begrijpen waarom de AIVD belangstelling heeft voor de school (Argos). Hafid Bouazza die geen moskee er meer bij wil (HP).

De integratieproblematiek reduceert Pechtold tot een ruzie over vreemde etensgeurtjes in een gemeenschappelijk trapportaal. Bij incidenten gaat het steeds om kleine aantallen, om puberende jongens die gediscrimineerd worden en sowieso altijd om incidenten. En zo redeneert Pechtold wat niet uit komt, klein.

Ons wordt erop gewezen hoe goed allochtonen -met name de meisjes- het doen op universiteiten en hogescholen en hoe schrijvers van Marokkaanse afkomst Nederland verrijken.
De opstand in het Midden-Oosten zien mensen als Pechtold als bewijs daarvoor dat alle mensen uiteindelijk allemaal hetzelfde willen en dat democratie en Islam samengaan.
Wat positief is/lijkt, wordt naar voren gehaald en uitvergroot.

Pechtold wrijft Wilders persoonlijk de tweespalt in de samenleving aan en het vertrek van hoogopgeleiden Turkse Nederlanders. Wilders-bashen is het unique selling point geworden van D66.

rkh

vrijdag, maart 25, 2011

Margriet en Omama. Over morele dissonantie.

Casus: Een alleenstaande Harlingse van 63 bevalt van een dochter. De biologische vader en moeder zijn onbekend. De vrouw is bij haar project geholpen door Severino Antinori.
Iedereen heeft over het geval een mening. Maar of iedereen ook zijn eigen mening geeft, is een tweede. Want de druk van de peers is groot.

In Stand.nl van 23/3 maakt Margriet van der linden er in elk geval een potje van.
Ik noteer*:
"Het aantal gevallen is niet hoog, dus geen reden voor ophef."
"Knappe koppen hebben hier tot een leeftijdsgrens van 45 jaar besloten. Maar het is wel discriminatie."
"Oude mannen krijgen ook kinderen en daar heeft niemand het over."
"Het kan, dus waarom niet?"
"Medische deskundigen hebben 45 jaar als grens gesteld, maar in hun rapport niets gezegd over de zieligheid van het kind." (2x)
"Er zijn medische risico's, maar kennelijk is het hier goed gegaan".
"Ik geloof niet dat ik dit tegennatuurlijk vind. In vitro bevruchting en invriezen is ook niet natuurlijk."

Ik wijt dit gestuntel aan morele dissonantie. Als hoofdredacteur van Opzij, als feministe en als praktiserend lesbienne -en dus "progressief"- mag ze Tineke Geessink niet afvallen. Maar anderzijds draagt ze haar zwaar christelijke achtergrond mee. Een broer van haar is zelfs dominee.

n.b.: "Omama" heb ik niet zelf bedacht.

* Het is voor een deel mijn vertaling, maar de inhoud klopt wel.

rkh, 24-03-2011

woensdag, maart 23, 2011

Meningenrelativisme

Je hebt meningen en onderbouwde meningen. Maar tussen beiden is weinig verschil. Want waarom iets wordt weggelaten en een ander iets de nadruk krijgt, dat alles vind je niet terug in de onderbouwing zelf. In die zin is een onderbouwing geen argumentatie, maar toelichting. Dus blijft onverklaard, waarom voor deze en niet voor een andere mening is gekozen. Dat is althans mijn mening.

De verklaring moet elders worden gezocht. Welke mening je kiest, hangt af van de gekozen lifestyle. Je wilt ergens bijhoren én niet voor ouderwets, conservatief of erger worden uitgemaakt. Je denkt wat je denkt dat anderen denken en je voelt je er wel bij. Kwestie van gewoon aanhaken bij een bepaald discours.
Kudo's voor wie met een eigen mening komt. Alleen, hij wordt niet gehoord.

De paradigmashift in de waardering van de pedofiele praktijk is illustratief. Wat tot voor kort "argument" ten faveure was, komt ons nu voor als loze praat, zwaar achterhaald en volkomen belachelijk en abject. "Iedereen vond dat toen" is nu het laffe verweer.
Mohammed Rabbae wilde in 1995 geen vervolging van bezitters van (een kleine hoeveelheid) kinderporno, want -zo rationaliseerde hij- er kan kunst tussen zitten. Zelfs een Hirsch Ballin stelde in 1992 voor een verbod op seks met 12 jarigen en iets ouder uit het wetboek van strafrecht te halen.
Femke Halsema -die altijd voor de rechtsstaat zegt te staan- heb ik (bij mijn weten) niet gehoord toen de pedofiele student Norbert de Jonge in 2006 de toegang tot de studie Pedagogiek werd ontzegd. Maar dan is het alweer jaren later.
Het kan verkeren.

rkh, 22-03-2011

maandag, maart 21, 2011

We pikken het niet meer

De Hogeschool van Amsterdam heeft erkend handweigeraar Nourdin Belhadi ontslagen. Na een bezoek aan Mekka werd het de docent bedrijfseconomie duidelijk dat het haram is een vrouw de hand te schudden. "Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald" zullen we maar zeggen.

Toch curieus dat ontslag, want meestal wordt naar een maatschappelijk probleem met een juridische, rechtsstatelijke blik gekeken. Dat is een benadering waarin het individu en de gelijkheidsidee centraal staan. De conclusie is dan dat een verbod op handweigeren onmogelijk en onwenselijk is, en vervolgens blijft alles hetzelfde. Met een zekere graagte mag men daarbij naar internationale verdragen verwijzen. Maar nu staat ineens de (waarden)gemeenschap centraal en is het: "Waar een wil is, is een weg".

Bestuurders houden niet van problemen en kijken daarom weg. Alleen onder druk wordt bewogen en wordt zelfs de Rechtsstaat vloeibaar. Die druk kwam er en wel van de kant van de media (met name de schoolkrant, Powned en GeenStijl), van collega's van de weigeraar, de ondernemingsraad, burgemeester Van der Laan en natuurlijk van Wilders en zijn aanhang.
De affaire liep zo uit de hand dat de bestuurders kozen voor het gemeenschapsdenken i.p.v. het liberale denken. Dat werd tijd ook, want het liberale denken verstoort al heel lang het natuurlijke proces van enculturatie.

Het bijzondere aan deze case is dus, dat iemand wordt ontslagen, omdat anderen hem niet (meer) echt leuk vinden en zijn waarden, normen en gedrag niet pikken. Dat mag met recht een paradigmashift genoemd worden. Misschien dat eindelijk het besef doordringt dat wat een gemeenschap tot gemeenschap maakt, meer is dan de taal spreken en je aan de wetten houden.
Maar het rechtsstatelijk denken blijft opspelen, want men begeleidt de jongen wel naar een nieuwe baan.

n.b.: Het wachten is op een school die de handweigeraar ostentatief een baan aanbiedt.

rkh, 17-03-2011

vrijdag, maart 18, 2011

De cultuur wegverklaard

Cultuur als verklaring voor gedrag wordt steeds minder geaccepteerd. Want iedereen is tegenwoordig individu, d.w.z. dat iedereen uniek is en zonder verleden of verbanden. Verwijzen naar cultuur maakt iemand lid van een groep en dat is in dit tijdsgewricht not done.
Met deze laatste opmerking is cultuur als verklaringsgrond wegverklaard. Maar dat blijkt toch niet altijd te lukken. Er blijven vragen.

Volgens Ype Poortinga, hoogleraar crossmediale psychologie te Tilburg, is de kans op massahysterie in Japan klein, maar heeft dat niets met cultuur te maken (VK, 17/03/2011). De situatie is bepalend. Japanners gaan daarvan uit en zijn dus op rampen voorbereid.
Maar de vraag blijft natuurlijk, waarom Japanners zich voorbereiden en zich gedisciplineerd gedragen. Hoe anders was dat in New Orleans en Haïti.

Eerder schreef ik over de criminoloog Frank Bovenkerk. Het systematisch liegen door Marokkanen voor de rechter had -volgens hem- niet met cultuur van doen, maar met berekening.
Maar onverklaard blijft dan toch waarom nu juist Marokkanen berekenend zijn.

Ook kan in dit verband Cohen worden genoemd, die als burgemeester in elke Marokkaan een gewone Amsterdammer zag, maar toch een integratie via de moskee voorstond. Daar klopt dus iets niet. Cohen islamiseerde immers daarmee de problemen met en van Marokkanen.

rkh, 17-03-2011

donderdag, maart 17, 2011

Wilders in de overdrive en hoe als tegenstander te reageren

Wilders grossiert in hyperbolen en daar is niets op tegen. De overlast van Marokkanen heeft hij met zijn Goudse Rede geagendeerd, hoewel eigenlijk niemand hem daarvoor de credits geeft. Nu wil hij weer dat rechters niet meer voor het leven worden benoemd en dat hun herbenoeming afhankelijk wordt van de strengheid in straffen.
Goed beschouwd, onzinnige ideeën.

Maar wie gehoord wil worden, moet soms schreeuwen. De onderliggende boodschap van Wilders is in elk geval helder: "Het is goed mis met de rechtspraak". En zo'n statement is al minder onzinnig.
Wilders zet het disfunctioneren van de rechterlijke macht op de agenda. En zelfs wie hier niet van wil weten, ziet daarna allerlei vreemde rechterlijke uitspraken. Criminele illegalen en oorlogsmisdadigers die niet het land uit mogen worden gezet. Lage straffen. Krakers die je niet zo maar het huis uit mag slaan. Hier geboren kinderen, die alleen om die reden de Nederlandse nationaliteit krijgen en mogen blijven. "Nederland is vol" mocht niet.
De werkelijkheid/waarheid staat vaak aan de kant van Wilders. Zou Wilders zich uitspreken tegen bijv. kernenergie -terwijl iedereen vóór is- dan komt er binnen nu en een maand een meltdown in Japan. Op die manier is de werkelijkheid vaak Wilders' bondgenoot.

Wil je als politicus niet reageren (1) of kies je voor de aanval (2) dan laad je de verdenking op je niet geïnteresseerd te zijn in problemen van mensen of hen zelfs te minachten.

Ga je in debat (3) dan geef je toe dat wat Wilders zegt niet helemaal onzin is en om die reden verlies je al een beetje. Ga je discussiëren over de scheiding der machten dan verlies je helemaal, want dat gaat weer voorbij aan de problemen. Wilders zal zo'n discussie natuurlijk mijden, want ook hij kan die niet winnen, dus zal hij alleen zijn mantra herhalen.

Opstelten gaf in P&W een regentesk en amoreel antwoord (4): "Ik ben het er niet mee eens". Punt. Geen discussie. Geen moralisme. Geen toelichting. Opstelten neemt Wilders gewoon serieus, alleen hij vindt zijn oplossing niets.
Sonja Barend vroeg om wat meer verontwaardiging . Een domme reactie.

rkh, 16-03-2011

zaterdag, januari 15, 2011

Kapitaalexport en zijn gevolgen

Marokkaanse Nederlanders bijv. maken veel geld over naar het "thuisland". Dat geld wordt dus niet geïnvesteerd in hun toekomst hier. Maar afgezien daarvan: Wat betekent export van kapitaal voor de Nederlandse economie als geheel?

Een eerste antwoord is: "Niks". De centrale bank van Marokko mag dan op een gegeven moment veel guldens* bezitten vanwege aanschaf dirhams; in Marokko zelf is dat geld (=belofte van levering tegenprestatie) waardeloos. Want de gulden is alleen in Nederland wettig betaalmiddel en moet en zal dus linksom of rechtsom terugkomen. Dat geldbedrag dat de Marokkaans-Nederlandse arbeider heeft overgemaakt, komt terug! Dus er lijkt niets aan de hand te zijn.

Dit "luxe-probleem" van Marokko van een teveel aan guldens wordt opgelost door verhoging van de import van Nederlandse producten en vermindering van de export, minder toerisme naar Marokko en meer toerisme vanuit Marokko, minder kapitaalexport vanuit Nederland en meer import (bijv. geld voor Moskee). Want de dirham is voor ons duur en de gulden voor de Marokkaanse Marokkaan goedkoop. Veranderingen op valutamarkt zijn oorzaak en gevolg van deze bewegingen.

Het definitieve antwoord is, dat kapitaalexport een herstructurering van de Nederlandse, reële economie bewerkstelligt en dat betekent dus -naast kansen- verlies aan banen en vernietiging van investeringen. Het geld dat de Marokkaanse arbeider hier had kunnen besteden aan de kapper, de schilder, lekker eten etc. wordt nu gebruikt voor de aanschaf van eieren, tv's, schepen etc. en komt op die manier terug in Nederland.

Nederland kan zo'n reshuffle aan. Maar voor een ontwikkelingsland kan een kapitaalexport (import voor hen) op macroniveau desastreus uitpakken, omdat bijv. de toerisme-industrie en de export instorten en boeren niet kunnen concurreren met goedkope importproducten.

* Voor de eenvoud ga ik terug naar de gulden. Dat doet aan de argumentatie niets af.

rkh, 13-01-2011

zondag, november 14, 2010

√2

√2 is voor het intellect zowel een affront als een uitdaging.
√2 is de lengte van de schuine zijde van een rechthoekige driehoek, waarvan de rechte zijden de lengte 1 hebben. Een eindige lengte dus en dat is voor iedereen helder.
Maar anderzijds staat √2 voor 1,414231..... En dat gaat dus eindeloos door. Mijn intuïtie zegt dat dit niet kan. Een simpele reductio ad absurdum redenering* laat echter zien, dat dit moet kloppen. Er komt inderdaad geen einde aan en dat is voor iedereen inzichtelijk te maken.
Hiermee is de paradox geschetst.

De oplossing van de paradox is beide werkelijkheden, die van de rekenkunde en die van de werkelijkheid, gewoon in hun eigenheid te accepteren. Er ontstaat een probleem, wanneer we een 1-op-1-correspondentie -een volledige dekking- eisen.
Vergelijk het met het doen van de uitspraken "Marokkanen zijn leuk" en "Marokkanen zijn niet leuk". Wanneer ideaal en realiteit goed worden onderscheiden dan is er niets aan de hand.

De rekenkunde is een formeel systeem met definities, axioma's, stellingen en regels. Eén van de afspraken is bijv. dat √2.√2=2, dat met ⅓ wordt gerekend i.p.v. met 0.33333...., dat met π wordt gerekend.

Als het gaat om de vertaling naar de realiteit van alledag en wordt vanuit de realiteit gekeken, dan moet gezegd worden dat er "gaten" in de getallenlijn zitten: je kunt ⅓ wel van links en rechts benaderen, maar je komt er nooit. Zo'n gat is voor te stellen als een asymptoot**; bij benadering van rechts een schoorsteen en van links een put.
Maar gelukkig blijven er nog voldoende bindingen met de werkelijkheid over. Zo'n houvast is bijv. 6/3.

* Stel dat de cijferreeks 1,4 .. van √2 eindig is, dan moet het laatste cijfer 0 zijn. Want alleen dan levert het kwadraat 2,....0. op. Wat is het één na laatste cijfer? Probeer een cijfer uit en je ziet dat alleen 0 resultaat geeft. Dus uiteindelijk zit je met 1,00....0 en dat kwadrateren levert nooit 2,00...0 op. Conclusie: de cijferreeks is niet eindig.
Mijn intuïtie is fout, omdat ik vanuit de realiteit naar een formeel systeem keek.

** Stel y= 1/ (x -⅓). Is ⅓ van rechts tot op 1/1000 ( 1/10.000) genaderd dan is de functiewaarde
1000 (10.000).

rkh, 13-11-2010

donderdag, november 11, 2010

Wat is het probleem?

"De immigratie van moslims uit niet-westerse landen is een probleem(1)". Een duidelijke stelling waarover valt te debatteren. Of niet?

Schijn bedriegt. De vraag is wat nu eigenlijk het problematische is aan die immigratie? En dan doemen meer problemen op: "Het probleem(2) is de ontwrichting van de samenleving als gevolg van immigratie", "Het probleem(3) is, dat een immigrant zonder kwalificatie in onze hoogontwikkelde maatschappij geen kans maakt". Dus waarover gaat de discussie?

Hierboven is drie keer sprake van "probleem"; als aanleiding (2) voor opwinding in politiek en media, als mogelijke oorzaak (1) en als ...(3). Ja, als wat?
Wilders slaat aan op 2 (straatterrorisme), Pechtold op 1 (immigratie is nodig) en Sterk (CDA) op 3 (voor eigen bestwil). De opsomming laat zich makkelijk uitbreiden; "Xenofobie is het probleem", "Het probleem is de opvoeding" etc.
En zo krijgt een discussie algauw babylonische proporties. Wat helder leek, lost op in mist.

Kennelijk is er niet zoiets als een "probleem op zich". Het probleem waaiert uit en verschijnt in allerlei gedaantes (als oorzaak, als aanleiding, als gevolg, als verhulling). Het probleem is zelf probleem geworden.

Wat opvalt, is dat braindrain niet als probleem wordt genoemd. Waarschijnlijk, omdat dit gevolg van immigratie ons niet raakt. Dit maakt duidelijk dat benoemen kiezen is. Of misschien dat de associatie gewoon nog niet is gemaakt. In ieder geval één storend element minder.

De enige vraag die ons door een debat sleept: "Wat is het probleem?".

rkh, 11-11-2010

maandag, november 08, 2010

De economie van het genoeg implodeert vanzelf

Aanhangers van de economie van het genoeg willen nulgroei. De vraag is dan of we bij verder gelijkblijvende omstandigheden (geen rampen, geen bevolkingsgroei, geen grondstoffenschaarste) het bereikte welvaartsniveau wel kunnen vasthouden.

Het is op het eerste gezicht niet duidelijk waarom we bij nulgroei moeten inleveren. Alles draait toch gewoon door?
Maar ik denk, dat de welvaart wel degelijk minder wordt. En dat heeft alles te maken met de sociale onrust, die in de nieuwe economie zal ontstaan als gevolg van jaloezie, afgunst, gekwetst rechtsgevoel en gebrek aan solidariteit.

In een vrije samenleving wordt op prijs geconcurreerd en die zal uiteindelijk gelijk worden aan de kostprijs. Om staande te blijven zal een producent -waar mogelijk- reorganiseren, automatiseren en -zo nodig- bedrijven sluiten. Dat betekent verlies van werkgelegenheid, waar -bij afwezigheid van innovatie- geen nieuwe banen tegenover staan.

Het geld (correlaat van welvaart) is er, maar zal opnieuw verdeeld moeten worden. Dat geeft onrust bij de werkenden die te veel betalen en onvrede bij de werkelozen die te weinig krijgen. Dit herverdelingsvraagstuk groeit ons boven het hoofd en zorgt voor de eerder genoemde sociale onrust.

Dat de welvaart -op macro- en microniveau- effectief afneemt, komt door de niet-gewerkte uren, demotivatie, obstructie.

En zo verkeren ook hier weer goede bedoelingen in hun tegendeel.

rkh, 05-11-2010

dinsdag, november 02, 2010

Het non-issue argument

Het is moeilijk discussiëren met iemand die de kwestie van het dubbele paspoort tot non-issue verklaart. Dat legt namelijk de bewijslast volledig bij de ander. Maar die kan op zijn beurt weinig, omdat de ontvankelijkheid voor argumenten ontbreekt. Wat te doen?

In een debat waarbij één van de partners een kwestie tot non-issue verklaart, is altijd deze vraag te stellen: "Welk argument van de tegenstanders/voorstanders overtuigt je nu het meest?" .

De vraag is, behalve simpel en ontregelend, ook dwingend. Je mag immers van iemand die een oordeel heeft, verwachten dat de voors en tegens zijn gewogen. En het kan natuurlijk niet zo zijn, dat alles even slecht is. Dus er moet een antwoord komen.
Wie zegt geen argumenten te kennen, heft zichzelf als denkend wezen op.

rkh, 31-10-2010

woensdag, oktober 27, 2010

De ontkennende verdachte

Wie het op een bepaald punt met Wilders blijkt eens te zijn, zegt er meteen bij geen aanhanger van Wilders te zijn. Dat hoeft niet te worden gezegd. Maar het wordt wel gezegd.
Er is moed voor nodig om je niet te verontschuldigen.
Ontkennen helpt overigens weinig, want de verdenking van racisme en islamofobie kleeft je aan.

De behoefte te ontkennen toont de verstikkende macht van de moraal van Ons Soort Mensen; niet vereend door politiek, kleur, geloof, opleiding of inkomen, maar door de ferme wil het multiculturisme te verdedigen. Op straffe van uitsluiting voegen we ons naar de -in de media en politiek- dominante cultuur. In zoverre is de hetze tegen Wilders gelukt. Wilders is een sjibbolet geworden en wij gedragen ons als kuddedieren.

Waar ideologieën botsen, rest de kwinkslag. Wie in de gegeven setting zegt geen aanhanger van Wilders te zijn, is te ontregelen met: "Laat Wilders er buiten. Direct zeg je ook nog dat je géén homo bent!".

rkh, 26-10-2010

zondag, oktober 24, 2010

Zalig de onwetenden

Ik erger mij vaak aan de Nederlandse TV en eigenlijk geldt de ergernis de media in het algemeen. Dat is natuurlijk niet goed voor de eigen volksgezondheid.
Ik weet teveel en dan is de onwetendheid van de ander algauw een ergernis.

Het irriteert dat de oproep van Gül aan de Duitse Turken om te integreren en de taal te leren op journaal komt zonder de eerdere uitspraken van Erdogan (bijv.: assimilatie is een misdaad tegen de menselijkheid, de Turkse identiteit staat voorop, sticht Turkse Universiteiten in Duitsland). Dat geeft context en relativeert. De redactie heeft kennelijk geen weet van de uitspraken van Erdogan. Ik weet dat wel, leg verbanden en erger me*.

In het Wilders-proces wraakt Moszkowicz de rechtbank. De aanleiding is een etentje van een rechtsheer van het gerechtshof met getuige van de tegenpartij: Hans Jansen. Diezelfde Schalken had de rechtbank gedwongen Wilders te vervolgen. Dat etentje verraadt een losse moraal.
Een Leeuwarder ex-rechter, Ton Derksen (van de zaak Ina Post) en Theodor Holman schreven al eerder over de moraal van rechters en officieren van justitie. Maar dat is kennelijk P&W, Twan Huys en Peter van Ingen ontgaan. Daaraan erger ik mij. De informatie had het punt van Moszkowicz kunnen versterken.

Wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart. Hoe smart tegen te gaan? Ik zoek troost bij gelijkgezinden op internet en kijk naar discussieprogramma's op de Duitse TV (Hart aber Fair, Maybritt Illner, Sandra Maischberger, Anne Will). Ik leer dan woordjes bij en aan Duitsers erger ik mij niet. Dat laatste komt, omdat ik nog weinig van Duitsland weet.

* Wie weet trouwens nog dat De Gaulle in Canada opriep tot separatisme?

rkh, 23-10-2010

dinsdag, oktober 19, 2010

Alles is politiek

Vogelaar werd door Wilders "knettergek*" genoemd, Bleker een "zeurpiet" en Erdogan een "total freak". Reuring alom. Niet in de laatste plaats bij Twan Huys die voor the sake of the argument vergeet er context bij te geven. Ik deel niet in de verontwaardiging. Ik begrijp die opwinding niet.

Klink vindt de Islam een religie en niet een politieke ideologie. Het kabinet heeft dit standpunt overgenomen. Mij komt dit alles als evidente onzin voor. Elke religie wenst zich een "civitas dei". Er is weinig piëtisme. Ben ik nu gek?

Al die meningen en meninkjes geven ongemak. Ik voel mij buitengesloten, zoals bij een grap** die ik -als enige- niet lijk te begrijpen.
Ik krijg greep op de werkelijkheid door ook alle reacties op Wilders als politiek te zien. Het besef dringt door dat alles politiek is, waardoor zelfs leugens, halve waarheden en emoties begrijpelijk worden. Het gaat dus helemaal niet om fatsoen of waarheid, maar om de kiezersgunst. Wie vindt dat Wilders een gevaar is voor de rechtsstaat, doet gewoon aan ordinaire politiek met een hoogethisch sausje.
Politiek is oorlog met andere middelen.

* Wilders zei: "Wat mij betreft, ben u knettergek".
** Grap van leraar Engels in de eerste klas van de HBS.
Vraag: "Tuinman, hoe komt dat grasveld bij dat landhuis zo mooi?"
Antwoord van tuinman: "Dat komt door 100 jaar maaien."

rkh, 16-10-2010

vrijdag, oktober 15, 2010

Politieke logica: Rechts over links

Het kabinet van VVD en CDA (met gedoogsteun van de PVV) vertoont linkse trekjes. Dat lijkt vreemd, maar er zit logica in. In een tot op het bot verdeelde samenleving is het moeilijk regeren. Een rechtse regering met een echt rechts programma zal door verzet in politiek en maatschappij weinig kunnen uitrichten. Links heeft immers de sympathie van de media en van tout gesubsidieerd Nederland en krijgt -indien nodig- steun van de straat. Door naar links te hellen, wordt dit linkse verzet de argumenten uit handen geslagen. En rechts zal sowieso een rechtse regering niet snel laten vallen. Zo wordt het gros van de kiezers bediend. Dat is de logica van de politiek: rechts over links, links over rechts. Alleen een rechtse regering kan echt linkse maatregelen doorzetten, zoals omgekeerd alleen een linkse regering rechtse maatregelen kan nemen. Deze logica verklaart waarom de rechtse Begin met Sadat tot afspraken kwam, waarom Kok de AOW kon aanpassen en waarom Cohen de asielwet kon doordrukken. Gaat het werkelijk om vrede dan is Netanyahu de man. rkh, 14-10-2010

dinsdag, oktober 12, 2010

"Wir sind das Volk"

Uwe Arnhold verwijt Nederland gebrek aan democratie (Volkskrant, Opinie&Debat, 11/10/10). Hij stelt ons zijn Duitsland ten voorbeeld. Daar worden functionarissen tenminste bij geheime stemming verkozen. Een Duitse Rutte wordt daar door het parlement zo weggestemd.

De auteur lijkt overtuigd aanhanger van de "heerschappij van het volk". Maar in zijn democratie is voor SGP en PVV geen plaats, want soms tegen gelijke behandeling en/of voor het führerprinzip. Hij hoopt zelfs en verwacht ook dat de echte democratieën (Berlijn, Parijs, Londen, Washington) hun verantwoordelijkheid nemen t.a.v. het "kleine en onbelangrijke" Nederland (n.b.: in 2009 nummer 8 op de economische ranglijst van het World Economic Forum).

Een opmerkelijke draai in het betoog van de jurist Arnhold. Ingegeven door een puur juridische kijk op de werkelijkheid: mensen los zien van verbanden met daarbij een obsessie voor elke schijn van ongelijkheid. In het huidige maatschappelijke discours is het juridisch perspectief met zijn nadruk op individu en gelijkheid dominant. Enerzijds, omdat dit denken in wetten en regels is neergeslagen en juristen oververtegenwoordigd zijn in de relevante gremia, zie bijv. de Commissie Gelijke Behandeling. Anderzijds, omdat het nationale en internationale recht bij velen het aureool heeft onaantastbaar te zijn.
Maar recht is mensenwerk en geen metafysische entiteit. Wie zegt dat momenteel de rechtsstaat in gevaar is, bedrijft gewoon ordinaire politiek met een hoogethisch sausje.

Wie de rechtsstaat overbeklemtoont, vergeet dat voor een democratische rechtsstaat de democratie bepalend is, maakt van verkiezingen ("het feest van democratie") een schertsvertoning en heeft van de onvrede in de samenleving weinig begrepen.

rkh, 12-10-1949

zaterdag, oktober 02, 2010

Het nut van stigmata

Stigmatiseren is niet comme il faut. Maar in plaats van mee te gaan in de afkeuring en ontzetting, kan ook naar het waarom worden gevraagd. Alles wat is, is er niet voor niets en moet een bestaansgrond hebben. Dus: Waarom wordt gestigmatiseerd?

Ambtenaren heten "lui" te zijn. Belgen en blondjes krijgen het etiket opgeplakt dom te zijn. Dit stigmatiseren zegt vooral iets over degene die stigmatiseert. Maar het ontspant wel en geeft cohesie aan de eigen groep. Zoals een brand omstanders bindt.

Stigmatiseren slaat dus terug op de eigen groep, maar heeft ook gevolgen voor de ander. Vandaag de dag dragen bankiers en hun ondergeschikten het stigma van graaier met zich. Dat is ten eerste een nuttige waarschuwing richting spaarders en beleggers en dwingt ten tweede de beroepsgroep min of meer tot zelfreiniging. Niemand wordt immers graag voor "graaier" uitgemaakt en dus is er de groep veel aan gelegen van dit predicaat af te komen.
Dit stigmatiseren houdt de bankwereld als het ware een spiegel voor. Het proces van naming & shaming moet de bankwereld tot inkeer brengen, zodat het verstoorde evenwicht wordt hersteld.

Het is goed dat geen discriminatiemeldpunt dit natuurlijke proces frustreert. Hoewel de meldpunten stigmatisatie normaliter als opiniedelict zien, maken ze voor de financiële wereld graag een uitzondering.

rkh, 01-10-2010

donderdag, september 30, 2010

Over tegennatuurlijke daden

Een dynamisch systeem is altijd op weg naar een volgend evenwicht. Verstoringen vanuit het systeem zelf of vanuit de omgeving zorgen voor de dynamiek. Maar ook het bereiken van een houdbaarheidsdatum zet aan tot bewegen (zie: Negatie als bewegingsprincipe ).
Terugkoppeling zorgt voor correctie en nieuw evenwicht.
De neiging bestaat terugkoppelingsmechanismen uit te schakelen of op zijn minst te beheersen. Ik noem dit "beschavingsoffensief" -for the sake of the argument- "tegennatuurlijk". Een systeem moet immers ademen en niet worden afgeknepen.

Zo'n dynamisch systeem is de economie. Een loonsverhoging bijv. die de stijging van de arbeidsproductiviteit te boven gaat, verstoort het evenwicht tussen kapitaal en arbeid.
Reacties hierop zijn dan bijv.: inflatie, reorganisatie, automatisering.
Deze mechanismen brengen kapitaal en arbeid tot een nieuw evenwicht resp. door de prijs te verhogen, de loonkosten te verlagen en de arbeidsproductiviteit te verbeteren.

Maar beleid is inflatie tegen te gaan.
Reorganisatie met ontslag wordt in en uit principe tegengewerkt door vakbonden, cao's en wetgeving.
En automatisering? Ik weet niet of dat officieel wordt tegengewerkt. Maar ik wil wel herinneren aan de automatiseringsbelasting van Den Uyl, waar overigens niets van terecht is gekomen.

rkh, 29-09-10

donderdag, september 16, 2010

Sommige burgers zijn meer gelijk

Ik ben tegen dubbele paspoorten. De Bijbelse wijsheid van "Gij zult geen twee heren dienen"* geeft mij zekerheid over de juistheid van de keuze. Maar de rechtvaardiging hier is een rechtsstatelijke.

Eén van de fundamenten van de democratische rechtsstaat is, dat alle burgers gelijk zijn voor de wet. Maar, als alleen sommige burgers een tweede nationaliteit kunnen bemachtigen dan is het de facto wel gedaan met die gelijkheid. Het is dan meer van "All animals are equal but some are more equal".
De mogelijkheid van het hebben van een tweede paspoort creëert een nieuw type burger naast de gewone burger: de burger+. Alleen de burger+ kan en mag kiezen uit de beste van twee werelden.

De burger+ die zich onttrekt aan ons strafsysteem, kan zich -hoewel hier veroordeeld- rechtens en ongestraft vestigen in zijn thuisland. Een gewone burger heeft die mogelijkheid niet. In naam der wet wordt recht gedaan, maar de vogel is onderwijl wel gevlogen.

In een rechtsstaat zijn voor alle burgers de rechten en plichten gelijk. Maar in de praktijk wordt de één opgeroepen voor krijgsdienst in den vreemde (wat bij wet verboden is!) en de ander niet. De één mag of moet stemmen voor het Turkse parlement, de ander niet.

Dit juridisch monstrum van twee paspoorten tast de rechtsstaat en het rechtsgevoel aan, maar niemand die zich daar om bekreunt. Het onderliggende probleem is dat ongelijke gevallen gelijk behandeld worden.

rkh, 14-09-2010


* Een Marokkaanse staatsecretaris kreeg onlangs van de staat Portugal een paspoort als cadeau. Koning Mohammed gooide hem meteen uit zijn regering.

maandag, september 13, 2010

Het probleem van benoemen

Bestuurders en politici die komen met "Problemen moet je benoemen!", daar heb ik moeite mee.

Een eerste bezwaar is, dat ze slachtoffers en zaakwaarnemers in de kou zetten. Want de moeite die het heeft gekost een probleem geaccepteerd te krijgen, wordt achteloos genegeerd.
"Problemen moet je benoemen" is dan ook meer een bezweringsformule, bedoeld om onrust te dempen en problemen te verhullen.

Een tweede bezwaar is, dat totaal voorbij gegaan wordt aan waarom een bepaald probleem niet eerder is benoemd. Wie de redenen daarvan niet weet, de mechanismen niet kent, begrijpt het probleem niet en komt niet met een goede oplossing.
Het statement is uitdrukking van gemaksdenken.

Mocht dus een Doekle Terpstra weer komen met "Benoemen en Bouwen" dan is simpel de vraag: "Dat is makkelijk gezegd, maar waarom is er dan niet eerder benoemd?".

rkh, 12-09-2010

dinsdag, augustus 17, 2010

Het spel om de macht

Balkenende IV is gevallen over Uruzgan. Het standpunt van de PvdA in deze kwestie was duidelijk: "Troepen terug". En de verdediging was simpel: "Afspraak is afspraak". De PvdA leek hiermee deelnemer aan een rationele discussie.

Maar ik beschouw stelling en argument als retoriek, waarbij de schijn van redelijkheid&rationaliteit het werk moet doen, en dus de argumentatie als toelichting bij een standpunt. Ik zie een ordinair spel om de macht; een strijd om de baantjes.
Dit interpretatiekader maakt in ieder geval duidelijk waarom Obama werd geofferd in het licht van de verkiezingen voor de gemeenteraad. Een ander standpunt had immers net zo goed gekund en dan onderbouwt met "Solidariteit met Obama". Niemand had daarvan opgekeken, maar de verkiezingen waren dan wel dik verloren.
Eerder had trouwens de PvdA het "Afspraak is afspraak" van Verdonk als minister verontwaardigd afgewezen.

rkh, 03-06-2010

maandag, augustus 09, 2010

Toelichting of argument?

Een stelling wordt beredeneerd. Dat is de justification. Wie de gekozen redenering volgt, komt -als het goed is- uit bij de conclusie als in de stelling verwoord.

In de wiskunde is elk argument uit de redenering dwingend en staat de stelling niet ter discussie. Hoe op de stelling gekomen -de invention- speelt geen rol.
Dit allemaal is niet het geval bij een dispuut over maatschappelijke kwesties. Daar blijft de vraag waarom eigenlijk voor dit of dat standpunt gekozen? En waarom gekozen voor bijv. "Regel is regel" als argument en niet voor "Genade voor recht" of omgekeerd?

In een maatschappelijk debat zijn argumenten mijns inziens geen argumenten, maar is de gegeven argumentatie toelichting bij een keuze. Dat heeft ermee te maken dat hier de inhoud emotie is met ratio in de vorm.

rkh, 8-8-10

donderdag, augustus 05, 2010

"Een CAO is onmenselijk!"

Leeftijd en aantal dienstjaren spelen een rol bij het bepalen van de hoogte van het CAO-loon. Dat is vreemd, omdat een periodiek erbij geen relatie heeft met het werk en omdat het kan voorkomen dat voor precies hetzelfde werk/resultaat de één meer krijgt dan de ander. Dat is in strijd met het principe van Loon naar Werken.

Ook de Universal Declaration of Human Rights heeft het over "the right to equal pay for equal work" (art. 23, sub 2). Maar mensen die anders graag zwaaien met internationale verdragen en het woord "onmenselijk" te pas en te onpas gebruiken, hoor je niet over deze schending van mensenrechten.
Toch is dus elke CAO -op de keper beschouwd- flagrant in strijd met de Universal Declaration of Human Rights.

rkh, 03-08-2010

dinsdag, augustus 03, 2010

Keuzevraag

Sommigen zijn -naar eigen zeggen- tot ONgeloof gekomen door het lezen van een bepaald boek. Maar de vraag is natuurlijk: Waarom juist voor dat boek gekozen?
Een vraag van keuze dus.

Waar een dergelijke keuzevraag kan worden gesteld, is waarschijnlijk sprake van omkering van oorzaak & gevolg. Niet het boek is reden van ongeloof, maar omgekeerd: (sluimerend) ongeloof heeft voor dat boek doen kiezen.

rkh, 02-08-2010

maandag, augustus 02, 2010

De school als Haarlemmerolie

Veel overlastgevers en criminelen hebben hun schoolcarrière voortijdig beëindigd. Beleidsmakers trekken hieruit de conclusie dat het dus zaak is jongeren zolang mogelijk binnen de muren van de school te houden. "Bouw scholen, sluit gevangenissen!".

Maar de vraag is of hier niet oorzaak&gevolg worden omgewisseld. In de analyse van de beleidsmakers leidt vroegtijdige schoolverlating tot criminaliteit en overlast. Maar het omgekeerde is waarschijnlijk het geval: jongeren die neigen tot het kwade verlaten de school voortijdig. Dus welk probleem wordt met een verplichte schoolgang dan opgelost?

Politici houden niet van problemen. Maar als een probleem niet meer is te negeren dan wordt er benoemd en wordt bij het probleem een oplossing gezocht. Het gaat er om tijd te winnen in de hoop dat de aandacht verdwijnt.


rkh, 01082010

vrijdag, juli 30, 2010

Een inconsistentie in de Universele Verklaring

De volgende zinsnede in de Universal Declaration of Human Rights van 1948 verbaast: "fundamental rights granted him by the constitution or by law" (art. 8). Het verbaast, omdat de invalshoek rechtspositivistisch is: recht is wat volgens de wetgever recht is. Rechten heb je niet, maar krijg je.
De DDR wordt door sommigen een "UnrechtStaat" genoemd. In het rechtspositivisme heeft zo´n term geen betekenis.

De gewraakte zinsnede past niet in de Universele Verklaring, omdat die immers juist de wetgever wil normeren. De contingentie van het recht bij het positivisme strookt ook niet met de pretentie van universaliteit van de Verklaring. Daarom: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat in de traditie van het natuurrecht.

rkh, 29-07-2010

dinsdag, juli 27, 2010

Verhagen en de democratische rechtsstaat

Verhagen wil onder meer dat Wilders de beginselen van de democratische rechtsstaat onderschrijft en anders wordt er niet onderhandeld over rechts. Lijkt klare taal. De Wat-vraag wordt dan ook niet gesteld en zou trouwens ook tot niets leiden.

Maar een journalist had Verhagen kunnen vragen wat hij van het voorstel van informateur Tjeenk Willink vindt om het contraseign te onthouden, mocht de tweede kamer iets onwelgevalligs willen. Geen journalist die dat vroeg en Verhagen begon er wijselijk zelf niet over. Toch zijn hier de fundamenten van de democratische rechtsstaat in geding. Maar Verhagen is dat kennelijk geen zorg.

Ook de stellingname van Verhagen in de kwestie Fitna is dubieus. Een volksvertegenwoordiger moet toch kunnen waarschuwen tegen de oprukkende Islam? Maar Verhagen koos voor het kapitaal en de angst i.p.v. voor de democratische rechtsstaat.

Het CDA stelt eisen aan de importbruid. Hoe zich dat verhoudt met de rechtsstaat is kennelijk geen punt.

Het beroep van Verhagen op beginselen van de democratische rechtsstaat is daarom schijnheilig en moet dan ook als opportunistische, politieke praat begrepen worden.

rkh, 26-07-2010

woensdag, juli 21, 2010

Recht en Geweld

Wie zonder broek de straat op gaat, is strafbaar. Uitzonderingen daargelaten, de norm is duidelijk: broek aan! Mensen willen in de publieke ruimte niet geconfronteerd worden met andermans naaktheid.

In het verleden zal het nudisme zijn bespot en gehoond. Er zullen mensen omwille van het nudisme zijn vervolgd, gestenigd en buitengesloten. Maar uiteindelijk is "broek aan!" norm geworden, stevig verankerd in cultuur en moraal. Opname in het strafrecht is sluitstuk van dit proces van civilisatie. De naturist heeft verloren en is naar de marge geduwd.

Met deze casus wil ik duidelijk maken dat zonder geweld niets tot stand komt en dat wetten en regels van die strijd de weerslag zijn. Het recht volgt de moraal. En omdat het recht uit de samenleving voortkomt, wordt het uiteindelijk toch "eigen". Dat laat onverlet dat de geschiedenis van het recht de geschiedenis van geweld is.

De nieuwkomer die het proces van enculturatie niet heeft meegemaakt en niet kan meemaken, heeft een probleem. Voor hem is het aanpassen of vertrekken.
Maar met veel nieuwkomers heeft de gemeenschap een probleem. Ons recht is immers de nieuwkomer vreemd. Hij heeft er niets mee. Dat homo's worden bespot en uit huizen worden verdreven, mag dan ook niet verbazen. Het is wachten op een nieuw evenwicht.

rkh, 18-07-2010

donderdag, juli 15, 2010

Bestaan getallen?

Neem een lat en kies een willekeurige eenheid als lengtemaat (de cm is bijv. zo'n eenheid). Stel dat de lat precies 5 eenheden lang is.
De getallen 0 t/m 5 zijn goed gedefinieerd. Hoewel zo'n getal een construct is, is het correlaat duidelijk aanwijsbaar. In die zin -kun je zeggen- bestaan getallen als 1, 3, 2.5, 4.31 (de natuurlijke getallen en de niet-repeterende breuken uit de verzameling reële getallen).

Kies een nieuwe eenheid die iets kleiner is dan de vorige. Stel dat de lengte van de lat nu 5⅓ is. Maar waar refereert die 5⅓ dan aan?
Dat is een probleem, want 5.33333..... gaat maar door. Paradoxaal: Er lijkt geen einde aan de lat te komen, terwijl die wel degelijk van een bepaalde lengte is. Vreemd ook, omdat we bij de vorige eenheid geen probleem met het einde hadden.

Een repeterende breuk heeft dus geen correlaat. In die zin bestaan die getallen niet, evenmin als de irrationele getallen.

rkh, 14-07-2010

zondag, juli 11, 2010

Omgaan met complexiteit: Aanslaan op "STEL DAT"

Kun je ook goede vragen stellen zonder te weten waar je het over hebt? Ja, dan kan. Bijv. wanneer wordt verzocht je in te leven in de situatie van een ander met het achterliggend doel je tot een bepaald antwoord te bewegen. "Stel dat" is hier de trigger voor een vraag die niet direct over inhoud gaat.

"Stel dat je Afrikaan bent, zou je dan ook niet het land ontvluchten?". Hier wordt duidelijk een sociaal wenselijk antwoord verwacht.
Kom dan met de vraag: "Maar stel dat die Afrikaan Nederlander is, wat zou hij dan vinden van een toestroom van economische vluchtelingen die de verzorgingsstaat en de rechtsstaat ondermijnen?".
Een simpele omkering dus. Je laat niet een Nederlander Afrikaan worden, maar een Afrikaan Nederlander.
De omkering levert een goede vraag op, omdat deze verrast en de oorspronkelijke vraag problematiseert.

In dit soort "Stel dat"-vragen wordt een beroep gedaan op medelijden, compassie. Is dit beroep misplaatst dan is er sprake van een argumentum ad misericordiam.

rkh, 29 juni 2010

donderdag, juli 08, 2010

De vraag naar de reden van bestaan

Opkoopfondsen (equity- en hedgefunds) zijn vergeleken met sprinkhanen. Zelfs toenmalig minister Wijn deed mee en gebruikte -zoals velen- het woord "sprinkhanenplaag". Zo'n etiket slaat elke discussie dood en dat is dan ook de bedoeling.

Mij irriteert oppervlakkigheid en groepsgedrag met de daarbij behorende geleende meningen. Men weet niet eens dat het ABP (met de FNV als toezichthouder) participeert in zulke fondsen en dat de RABO-bank een eigen opkoopfonds heeft. Maar vooral irriteert het eigen onvermogen om adequaat te reageren. Hoe dus te reageren?

De vraag "Wat bedoel je met 'sprinkhanenplaag'?" leidt tot verspilling van tijd. Als er al een antwoord komt dan is dat een herhaling van wat eerder is gezegd, hoewel in andere en in meer woorden. "Leeg vreten". "Kaalslag". "Uitzuigen". "Verschroeide aarde".
De vraag "Is het waar wat wordt gezegd?" leidt evenmin tot iets. Er is altijd wel een voorbeeld te vinden van een opkoop, waarbij iets is misgegaan. Het wordt dan casuïstiek.
De vraag "Wat zijn de gevolgen van een verbod op opkoopfondsen?" is dan ook prematuur.

De eerste vraag is hier: "Wat is de bestaansgrond van een opkoopfonds?" ofwel "Wat is de rationale?". Alles heeft een grond (hoewel voor mensen soms verborgen). Zo'n opkoopfonds is er niet voor niets.
Een simpele waarom- of waardoor-vraag doorbreekt emoties. De kwestie wordt als het ware gedemoraliseerd.
Aan waarderen gaat begrijpen vooraf.


r.k.h, 06-07-2010

maandag, juli 05, 2010

Omgaan met complexiteit: Aanslaan op "IS"

Kun je ook goede vragen stellen zonder te weten waar je het over hebt? Ja, dat kan. Een bewering met universaliteitspretentie en met mogelijk een "is" als identiteit, biedt daarvoor een kans.

"Jan is gek" voldoet niet. Dit is een particuliere uitspraak en ook een identificerend "is" ontbreekt. Het is geen "Jan = Gek".
"God is goed" voldoet evenmin, want "goed" is hier één van de attributen en dus kan er geen sprake zijn van identiteit.

"Alles is politiek" is wel een universele uitspraak met duidelijk een "is" als identiteit.
Zelfs tuinieren is dan een politieke daad. Maar het gaat hier niet om het vinden van voorbeelden die de absurditeit van de stelling duidelijk maken, want dat is inhoudelijk.
Het gaat er om gebruik te maken van de gesuggereerde wederzijdse implicatie en het gezegde domweg om te keren. De (ironische) vraag is dus: "Maar is politiek ook alles?".

"Islam is vrede" is een tweede voorbeeld. Omkering levert op: "Maar is vrede Islam?" of "Betekent vrede Islam?".
Is het antwoord positief dan houdt vrede in de afwezigheid van atheïsme, Christendom, Jodendom etc., dus de actieve bestrijding van wat vreemd en niet des Islams is.

Het zijn vragen die beweringen met de pretentie van universaliteit niet direct ter discussie stellen, maar deze via een omweg wel problematiseren. Daarom zijn het goede vragen.
Het woordje "is" functioneert hierbij als semafoor.

rkh, 23-06-2010

vrijdag, juni 18, 2010

Het tegenvoorbeeld in Wetenschap en Politiek

De uitspraak "Alle zwanen zijn wit" is weerlegd, wanneer een zwarte zwaan wordt gevonden. De aanwezigheid van een zwarte zwaan biedt het tegenvoorbeeld. Een tegenvoorbeeld falsifieert een eerdere generalisatie.

Wanneer wordt gezegd, dat "Veel allochtonen -vooral de meisjes- het goed doen in het HBO en WO" dan is de suggestie dat dit een tegenvoorbeeld is dat één of andere eerdere generalisatie weerlegt. Maar niemand heeft eerder gezegd, dat "Alle allochtonen het slecht doen in het hoger onderwijs".
Hier wordt een "stroman" bevochten, die men dus zelf heeft gecreëerd. Men komt dus bijv. met "Veel jonge schrijvers zijn van Marokkaanse komaf" als niet ter zake "tegenvoorbeeld", ter weerlegging van een door niemand gedane uitspraak dat "Geen Marokkaan deugt".
Waarom doet men dit?

Tegenvoorbeelden brengen in de wetenschap de waarheid dichterbij. In de politiek worden tegenvoorbeelden gebruikt om problemen te ontkennen of op zijn minst te relativeren. Want wie een probleem accepteert, moet iets. De meeste politici houden daarom niet van problemen.

Maar er zijn ook grenzen aan het negeren van problemen. Tegenover "Op sommige scholen kan geen les gegeven worden over de boerderij (waar ook varkens worden gehouden*) of over de Holocaust" durft niemand te zetten "Op heel veel scholen gaat het uitstekend".


* Volgens Lodewijk Asscher werd de boel in de klas "afgebroken".

rkh, 17-06-2010

woensdag, juni 16, 2010

De implosie van een feest

De verkiezing voor de tweede kamer is "het feest van de democratie". Op verkiezingsdag spreekt het volk.
Maar wat daarin het zogenaamd weldenkend deel der natie onwelgevallig is, staat wel de volgende dag al bij het oud vuil. Want schadelijk voor reputatie en economie van het land. Want discriminerend ten opzichte van bepaalde bevolkingsgroepen. Want populistisch en bovendien niet uitvoerbaar of helemaal niet mogelijk.
Spraakmakende politici, oud-politici, commentatoren en media in het algemeen zijn verdacht eensluidend in hun oordeel. Alsof ze Willem Elschot citeren: "... tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren ...".

Maar wat recht is, bepaalt het volk. Dat is democratie. Schermen met de rechtsstaat is niet een beroep doen op een hogere instantie, maar is het doen van een ordinaire, politieke uitspraak. Met staatsrechtelijke bedenkingen komen, maakt je niet per definitie een beter mens.

De samenleving heeft de Rechtsstaat voortgebracht, maar deze heeft zich van de samenleving losgemaakt en stelt zich soms daar tegenover. Daardoor verhoudt de democratie zich tot de Rechtsstaat als een vierkant tot een cirkel. En vierkante cirkels bestaan niet.
"Democratische Rechtstaat" lijkt een contradictio in terminis geworden.

rkh, 15-06-2010

maandag, juni 14, 2010

Taal en wet

Voor echte liberalen is het voldoende, dat nieuwkomers zich aan de wet houden. Voor hen is "het goede leven" geen politieke categorie. Iedereen mag in principe doen wat hem of haar goed dunkt.

Maar wie met alleen een juridische blik naar integratie en immigratie kijkt, heeft geen oog voor wat een samenleving tot samenleving maakt. Het is tegenwoordig vooral de juridische invalshoek die domineert en die neergeslagen is in bijv. antidiscriminatie bureaus en subsidieclubs als het Samenwerkingsverband van Marokkanen in Nederland.
Daarom eerder aandacht voor de discriminatie aan de discodeur dan voor het ongemak bij het publiek dat binnen is en geconfronteerd wordt met het machogedrag van vervelende Marokkanen.

Het besef dringt langzaam door dat de juridische invalshoek te beperkt is. Daarom is de taaleis toegevoegd, bij wijze van concessie. "Men moet zich aan de wet houden en de taal spreken" is nu het parool van de liberalen. Maar de taaleis op zich is noodzakelijk noch voldoende. Chinezen die onze taal niet spreken, zijn immers geen probleem.
We zijn er dus nog lang niet.

rkh, 12-06-2010

maandag, mei 31, 2010

De juridische blik en zijn gevolgen

Naar een kind kan op verschillende manieren worden gekeken. De invalshoek kan bijv. een sociologische of een neurobiologische zijn. De juridische kijk is in opkomst en krijgt steeds meer de overhand.

De juridisering van het denken maakt, dat een kind steeds meer als rechtssubject wordt gezien. Een abstractum, want het kind wordt los van verbanden gezien. In dat denken is de pedagogische tik ongepast, religieuze opvoeding indoctrinatie, besnijdenis verminking, een eigen verblijfstitel voor het illegale kind een reële mogelijkheid. Je kunt ook zeggen dat wederom in de geschiedenis het kind als kleine volwassene wordt gezien.

Dit abstraheren van verleden en omgeving is uiteraard gevolg van het algemene proces van individualisering, maar voedt en versterkt dit proces ook. Vooral omdat dit typische rechtsdenken neerslaat in regels, wetgeving en instituties. De VN kent een kinderrechtenverdrag. De kindertelefoon is hier een instituut geworden.

De keuze voor het individu boven de groep is gemaakt, omdat juristen heersen en het denken bepalen. Het zijn deze nieuwe mandarijnen die nu de dienst uitmaken. Juristen in de kamer en daarbuiten maken wetgeving. Juristen verdedigen verdachten. Juristen spreken recht. Juristen beoordelen juristen. Juristen leiden juristen op. De Commissie Gelijke Behandeling bestaat vooral uit juristen. Het bestuur van het proefprocessenfonds van het Clara Wichmann Instituut bestaat uit juristen, alleen de voorzitter is daarop uitzondering.

rkh, 30-05-2010

vrijdag, mei 28, 2010

Morele chantage

Het is not done om publiekelijk aan iemands woord te twijfelen. "Je gelooft iemand op zijn woord" is de norm. De onderliggende waarden hier zijn: eerlijkheid aan de ene kant en vertrouwen aan de andere kant. Het is evident, dat norm en waarden essentieel zijn voor het functioneren van een samenleving als samenleving.
Het is dan ook begrijpelijk, dat wie de norm negeert iets heeft uit te leggen.
De andere kant is, dat deze moraal van "Iemand op zijn woord geloven" zich bij uitstek leent voor misbruik. In dat geval spreek ik van morele chantage.

Bos zei de politiek voor zijn gezin te verlaten. Weinigen durven zijn motieven te bevragen. Maar Cisca Dresselhuys wil eerst zien en dan geloven. Ze wacht Bos' volgende baan af. Dresselhuys doorbrak daarmee de stilzwijgende afspraak om iemand op zijn woord te geloven. Ze kreeg de volle laag.
Aan de andere kant: Bos doet (impliciet) een beroep op moraal en fatsoen, zodat wordt gezegd wat niet wordt gedacht en wordt verzwegen wat wordt vermoed. Morele chantage dus.

rkh, 31-03-2010

woensdag, mei 12, 2010

Nederbeelden

Een vrouw in boerka loopt vrij rond in Amsterdam. Er is iets met haar boodschappentas. Sinaasappelen rollen over straat. Geen van de voorbijgangers schiet de vrouw te hulp.
De vrouw in boerka is figurant. De rest is echt. Dus is -bij wijze van spreken- haast wetenschappelijk bewezen, dat Nederland staat voor intolerantie, xenofobie, onverschilligheid en harteloosheid.

Domme pech, dat de opname van die straatscene op zijn beurt weer werd gefilmd door een toevallig in de buurt zijnde ploeg van AT5. En wat bleek? Autochtone Nederlanders wilden de vrouw wel degelijk helpen, maar werden door de regisseur gemaand dat te laten*.

Wat hier gebeurt, is ten eerste dat het beeld van Nederland als land van tokkies stuk slaat op de praktijk van alledag. Ten tweede dat de regisseur de ontstane cognitieve dissonantie oplost door de uitgestoken hand van de omstanders gewoon uit het verhaal weg te laten.
En zo blijft het beeld van Nederland als Tokkie-land in juxtapositie staan met het beeld van Nederland als oase van verdraagzaamheid.

Dit voorval maakt eens te meer duidelijk dat feiten verschijnen en worden gewogen in het licht van een ideologie. Daarbij is niets te dol. Jules Croiset ensceneerde een ontvoering door rechtsextremisten. Geert Mak fantaseerde er in zijn boekje "Gedoemd tot kwetsbaarheid" lustig op los**. Een ANP-fotograaf die het als zijn taak zag een zo lelijk mogelijke foto van Verdonk te maken. Wie de waarheid aan zijn kant heeft, mag liegen.

Het is zinloos om over feiten te discussiëren, omdat -afgezien van het waarheidsgehalte- tegenover het éne feit een ander is te zetten. Praat over het beeld van Nederland van waaruit wordt waargenomen, gedacht, gevoeld, gesproken en gehandeld. Wie overtuigd is van zichzelf, wint. Misschien dat er twee winnen.


* De lokale Socialistenleider Lodewijk Asscher sprak er schande van. Elsbeth Grüteke van de EO had niet zoveel problemen met het gesjoemel.

** Dat boekje schreef Mak -zei hij later- niet als historicus, maar als verontruste Amsterdammer.

rkh, 10-05-2010

zondag, mei 02, 2010

Over Regels en Plucheplakkers

Regels vergemakkelijken het intermenselijk verkeer. Je weet waar je je aan hebt te houden en wat je van anderen mag verwachten. In situaties van onzekerheid geven regels richting. Ongemakkelijke discussies over concrete gevallen worden voorkomen.

Bij GroenLinks hanteert men de regel, dat niemand meer dan drie termijnen in de kamer zit. Toepassing van de regel voorkomt sleetsheid. Geeft ook anderen een kans. Zorgt voor vernieuwing. En gaat ten vierde dominantie tegen. Het gevaar van dominantie betreft vooral de partijleider die q.q. over veel podia beschikt en langs die weg veel aanhang kan verwerven voor eigen, particuliere ideeën.
Vier specifieke redenen om een exit-clausule op te nemen in de partijstatuten.

De statuten van GroenLinks kennen echter ook de mogelijkheid van dispensatie. En inderdaad het congres gunde Halsema een vierde termijn. Net als eerder Paul Rosenmöller. Gevolg is dat de regel niets meer betekent. Dus ook Ineke van Gent gaat nu op voor een vierde termijn (precedentwerking). Anderen wel of niet dispensatie verlenen, zal in de toekomst voor heftige discussies zorgen. Iets wat je nu juist met regels wilt voorkomen.

De laatste drie jaar was er bij GroenLinks geen richtingenstrijd. Dat heeft alles te maken met de dominante positie van Halsema. De mogelijkheid van dispensatie maakt dat er niet gewerkt is aan opvolging en aan kroonprinsen. Want de schaduw van de "koning(in)" blijft hangen, die kan er immers altijd nog voor kiezen door te gaan.

Halsema mag zich graag afficheren als rechtsstatelijk denkster. Maar wat GroenLinks hier laat zien is een fraai staaltje opportunisme. De verdediging van Halsema: die mogelijkheid van dispensatie staat in de statuten en het congres beslist. Een zwakke verdediging. Dispensatie hoort niet thuis in de statuten van een partij. En Halsema had kunnen weigeren.

rkh, 29-04-2010

maandag, april 26, 2010

De ultieme wraak van Job

De Leidse hoogleraar Cleveringa nam het publiekelijk op voor zijn ontslagen, joodse collega's. De moeder van Cohen hoorde in het verhaal van Cleveringa de boodschap: "Jullie, joden, horen erbij".
Cohen lijkt de Cleveringa van deze tijd te willen zijn. Tegen de moslims in Nederland c.q. Amsterdam zegt hij : "Jullie, moslims, horen erbij".
Mooie woorden.

Het jood-zijn betekent voor Cohen -naar eigen zeggen- weinig tot niets. "Of zijn afkomst hem beïnvloed heeft?". "Een goede vraag!". In dat gesprek met Max van Weezel bleef het stil. Ook zijn ouders hadden een afkeer van mensen die van het jood-zijn hun identiteit maken (zoals bijv. de vader van Ischa Meijer en Presser). Maar de Cleveringa-lezing van Cohen en andere uitingen zijn statements met als onderliggende boodschap: "De moslims van nu zijn de joden van vroeger".

Komt Cohen hier op voor de in Nederland onderdrukte moslims? Claimt hij -via de band van de Islam- joods slachtofferschap? Nee, niet in de eerste plaats. De autochtonen zijn de constante. Zijn Nederlandbeeld is dat van een land vol met rancuneuze, discriminerende en racistische autochtonen. Zijn stellingname is de ultieme wraak op Nederland voor wat zijn ouders en zijn familie in WOII is aangedaan. "We zullen die Nederlanders eens wat leren". Wethouder Buyne is gestruikeld over een lesbrief. Bij deze lesbrief over de vooronderstelde discriminatoire bejegening van moslims door Tokkie-Nederland was Cohen wel degelijk betrokken.

De mensen die uit Amsterdam zijn weggevlucht of hebben moeten vluchten, noemt de "Koning van het binden" dan ook "rancuneus". Voor hen geen: "Jullie horen erbij" (zoals ook Martin Sommer in de Volkskrant opmerkte).
Zijn joodse achtergrond speelt dus wel degelijk mee in zijn spreken en handelen. Zij het indirect en op een ingewikkelde manier.

rkh, 24-04-2010

dinsdag, maart 30, 2010

De ondeugden van het Volk

Waarom morren de mensen, die vinden dat Wilders ergens wel een punt heeft? Een antwoord in acht etiketten.

De mensen zijn .....

1. Xenofoob (Mohammed Rabbae, Hedy d'Ancona).
2. Rancuneus.

3. Dom (Peter R. de Vries, Bert Vuysjes, Rutger van Santen).
4. Onwetend. En onbekend maakt nu eenmaal onbemind (Ellen Vogelaar).
5. Naïef. Ze laten zich daarom door Wilders misleiden (Doekle Terpstra)

6. Angstig voor globalisering, Islam en straatterreur.
7. Onzeker over de gevolgen van globalisering en massa-immigratie.
8. Boos, omdat men niet meer baas is in eigen huis (Maurice de Hond, rkh).

rkh, 29-03-2010

zondag, maart 28, 2010

De kloof tussen Democratie en Rechtsstaat

Eind 2009 spraken de Zwitsers zich uit tegen de bouw van minaretten. Verontwaardiging alom. Elementaire rechten zouden met dat bouwverbod zijn geschonden. Ter Horst was blij dat Nederland geen bindend referendum kent. En zelfs Rouvoet wees de keuze af.
In dit rechtsstatelijke denken legt de democratie het af tegen de rechtsstaat. Dat leidt in praktijk tot ongerijmdheden die veel mensen als ondraaglijk ervaren. Het primaat geven aan de rechtsstaat voedt de veenbrand en de polarisatie.

Illegalen -zelfs de zware draaideurcriminelen onder hen- mogen niet zomaar het land uit worden gezet. Hebben ze iets onder de leden, zwijgen ze over hun nationaliteit of is het thuisland niet helemaal veilig dan mogen ze voorlopig blijven.
Asielzoekers met een oorlogsverleden, maar die bij terugkeer iets hebben te vrezen, mogen eveneens hier blijven (zij het met een speciale status).
De rechtsstaat staat niet toe dat haatimams van buiten zomaar het land uit worden gegooid.
Denaturalisatie van zwaar overlastgevende Marokkanen en terroristen is onbespreekbaar.
Onderwijl is de SGP een tijdje haar subsidie ontnomen en krijgt het bijzonder onderwijs misschien een acceptatieplicht.

Met dat fundamentele gevoel dat wat recht heet geen recht is, daar moet de politiek iets mee. Voor de fijnen is het vloeken in de kerk, maar het nationale en internationale recht zal aangepast moeten worden aan de veranderde omstandigheden en de noden van deze tijd. Recht is middel, geen doel.

Wie "Dit is geen oplossing!" of "Onuitvoerbaar!" roept, doet een politieke uitspraak en is hypocriet. Om achter de voordeur te mogen kijken, is men immers wel bereid tot wijziging van het (inter)nationale recht. En Arib (PvdA) pleit er voor seksuele misbruik van kinderen niet te laten verjaren. Dus dan is er plotseling wel een oplossing.

Waar een wil is, is een weg. Maar die wil is soms weg, als gevolg van luiheid, lafheid of politiek opportunisme. Er gaat er om weer baas te worden in eigen huis. Leve de democratie!

rkh, 27-03-2010

donderdag, maart 25, 2010

Over Cohen, religie en getto's

Cohen ziet voor religie een duidelijke rol weggelegd bij de integratie van nieuwkomers. Een bezoek aan een Evangelische Broedergemeente heeft hem de ogen geopend. Die ervaring kan niemand hem afnemen. Religie is een bindmiddel.
Moeiteloos gaat Cohen over van "is" naar "ought"; zoals het gebeurt, zo is het gewenst. De socialist in hem ziet daarbij uiteraard een taak voor de overheid weggelegd ("compenserende neutraliteit"). Dus werd belastinggeld gestoken in Marhaba (sic) en de Westermoskee. Integratie gaat immers via de moskee. Dat daardoor de integratieproblematiek wordt geïslamiseerd, dat zo de "seculiere moslim" niet wordt bereikt, dat religie ook mensen buitensluit, dat alles neemt Cohen kennelijk op de koop toe. Of er geen wezenlijk verschil is tussen het geloof van de Hernhutters en dat van de moslims, is voor hem geen vraag.

Voor normale mensen betekent integreren: meedoen, niet je hand ophouden en je gedragen. Maar bij Cohen houdt een geslaagde integratie eerst en vooral in: je thuis voelen. En daar voorzien de oude nieuwkomers in die zich langs etnische lijnen hebben verenigd onder het banier van religie. Het gaat dus niet om het je thuis voelen in Nederland, maar om het teleporteren van de vertrouwde omgeving van het thuisland naar hier, zo nodig inclusief imam. Cohen is de beroerdste niet en wil er graag de beurs van de belastingbetaler voor trekken. Hij zegt eigenlijk tegen nieuwkomers: "Vraag niet wat jij voor de maatschappij kunt doen, maar wat de maatschappij voor jou kan doen".

Het ideaal van Cohen leidt tot parallelle samenlevingen ofwel getto's. Marcouch droomde al van een superstadsdeel als een "bloeiende moslimgemeenschap met voldoende sociaal kapitaal". Op kritiek kreeg de columniste Ebru Umar van Cohen te horen, dat niemand haar verplicht om in Amsterdam te wonen. En onderwijl zoekt het morrend volk een goed heenkomen in Almere en Zaanstad. Dat zouden de rancuneuzen zijn; mensen die Cohen liever kwijt dan rijk is. Dat heet dan "bindend leiderschap" en "de boel bij elkaar houden".

Cohen beschouwt de religie instrumenteel (en ziet daarbij vreemd genoeg het roesmiddel "quat" als bindmiddel voor Somaliërs over het hoofd). Maar dezelfde Cohen vindt ook dat religie de seculiere sociaaldemocraten een spiegel voorhoudt, die hen de existentiële leegte van de Sociaal-Democratie laat zien. Hij pleit in de PvdA voor een omgekeerde doorbraak. Dit maal dus van politiek naar religie. Menigeen ziet dit als de zoveelste knieval voor de Islam.
Ik zou zeggen: Wie zoveel mist verspreidt, heeft niet goed nagedacht.

rkh, 23-03-2010

woensdag, maart 24, 2010

Consistentie Kritiek

Feiten doen er niet toe in een ideologisch debat. Maar misschien dat nog wat te halen is op het punt van consistentie. Dat betekent het vertoog van de tegenstander analyseren en actief op zoek naar paradoxen (schijnbare ongerijmdheden, die wel waar blijken en dus moeilijk zijn te weerleggen), tegenspraken (dat A en ook ~A wordt gezegd) en inconsequenties (dat A gezegd wordt en dat B wordt "vergeten"). Zijn die gevonden dan levert dat een bijzonder krachtige kritiek op. Zo'n kritiek is helder te verwoorden, noopt tot antwoorden, speelt niet op de man, beledigt niet direct, ontregelt en amuseert.
Kritiek in de vorm van een mooie paradox voldoet hier bij uitstek aan. Je moet van goeden huize komen om -staande een debat- een paradox als "Wie islamofobie bestrijdt, heeft zelf een fobie voor de Islam" (een jij-bak van eigen makelij) te pareren. Probleem daarbij voor de opponent is ook nog, dat wie met een goede paradox komt het publiek op zijn hand heeft.

Maar let op! Niet elke tegenspraak wordt door iedereen als tegenspraak gezien. Wie vindt dat iedereen recht heeft op kinderen, kan bij vol verstand een zwakzinnige dit recht ontzeggen. Of dit als tegenspraak wordt geaccepteerd, hangt dus af van de gekozen ideologie.
En je kunt een rechtgeaard socialist verwijten niet te pleiten voor inkomensafhankelijke verkeersboetes. Maar of dit door socialisten inderdaad ook als inconsequentie wordt gezien, is maar de vraag.

In dit kader is het pleidooi van Wilders interessant om functionarissen het dragen van hoofddoeken te verbieden, om de koran te verbieden etc. Op Wilders lijkt consistentie kritiek geen vat te hebben. En hij is niet de enige!

rkh, 22-03-2009

maandag, maart 15, 2010

Gegijzeld door Recht en Rede. Over importbruiden bijvoorbeeld.

Om de immigratie uit het Rif en Anatolië in te perken, is onder Verdonk een inkomenseis gesteld aan de importerende partij. Het Europese Hof van Justitie heeft deze eis nu afgezwakt tot "stabiele en regelmatige inkomsten hebbende". Dat lag ook in de rede vanwege 1. het principe van vrije partnerkeuze en 2. het gelijkheidsbeginsel.

In ons recht staat het individu als rechtssubject centraal en niet de gemeenschap. Het past dus niet om alleen op bepaalde individuen een kansberekening los te laten. Maar de gemeenschap mag uiteraard wel betalen voor dit hyperindividualisme.

Deze maatregel van Verdonk om de immigratie in te dammen, leek zo voor de hand te liggen en rationeel: minder overlast (straatterreur, loverboys), minder kosten (blijf-van-mijn-lijf-huizen, inburgering, bijstand, wao, zorg), minder extremisme en haat jegens Westen*, meer zelfreiniging**. Een verstandige maatregel (naast de taaltoets) om erger te voorkomen en de gemeenschap af te schermen van kwade invloeden.

Maar de Boven-Ons-Gestelden zullen op dit punt het internationale recht niet betwisten. De gerechtelijke uitspraak van het Europese Hof verlost de overheid immers mooi van een geloofwaardigheidsprobleem (vanwege de nog weinig opgemerkte dubbele boodschap van "Welkom!" en "Blijf weg!") en een verantwoordingsprobleem (Hoe het nieuwe beleid uit te leggen. Er kan nu simpel verwezen worden naar Europa.).

De conclusie kan niet anders zijn dan dat we geen baas meer zijn in eigen huis. We worden gegijzeld en laten ons gijzelen.


* Wie de meisjes hier te westers vindt, kan nu weer naar hartelust importeren. Dus het antiwesters sentiment zal alleen maar toenemen.
** Wie zich misdraagt en door de eigen gemeenschap wordt uitgestoten en dus hier geen bruid vindt, kan nu weer tegen lage kosten in het thuisland terecht. Het ultieme sanctiemiddel van huwelijksuitsluiting als straf voor ongewenst gedrag is de migrantengemeenschap dus ontvallen.

rkh, 14-03-2010

vrijdag, maart 12, 2010

Hors discours

Wie zonder woorden is, heeft geen verhaal. Politici, opinieleiders en spindoctors proberen daar in te voorzien. Zij creëren en onderhouden een discours, dat orde schept en de burger taal en zo een mening geeft.

Het AntiWilders-kamp is rijk bedeeld. De burger kan kiezen uit: "Zet groepen tegen elkaar op", "Sluit groepen uit", "Scheert alles over één kam", "Heeft geen oplossingen", "Het merendeel doet het goed", "De moslims van nu zijn de joden van toen" etc. etc.
Let op de bondigheid, melodie en helderheid van de slogans en het hoog ethisch gehalte daarvan. Wie aanhaakt, weet zich verbonden en moreel superieur. Hier is over nagedacht.

Het Wilders-kamp heeft duidelijk mindere tekst: "Marokkaans straattuig", "Straatterroristen", "Kopvoddentax", "Verbied de koran", "Verbied de burka", "Schiet op knieschijven", "Herover de straten terug", "We zijn het spuugzat" etc. etc.
Ook hier bondigheid en helderheid, maar negativiteit overheerst. In Rondom Tien kun je natuurlijk niet met "kopvoddentax" aankomen. Voor een debat biedt het discours van het Wilders-kamp weinig tot geen steun. Wilders laat dus zijn verdedigers ( "Hij heeft wel een punt") in de kou staan. En eerlijk gezegd, ik zou niet weten hoe van zijn kijk op de wereld een positief verhaal te maken*. Dat is de makke van een TEGEN-partij.

Hoewel de uitdrukking "Marokkaans tuig" nu algemeen is geaccepteerd, lijkt Wilders de slag om het discours te verliezen. Hoe dan toch zijn populariteit te verklaren?
Simpel, omdat de werkelijkheid zich niet laat wegpraten. En die werkelijkheid is, dat we geen baas meer zijn in eigen huis en dat we een overheid hebben die daar niets aan kan en wil doen. Elke dag toont deze waarheid zich. Ook wie geen woorden heeft, ziet deze waarheid.

* Een mooie oneliner zou zijn: "Er zijn niet te weinig agenten, er zijn te veel Marokkanen!". Of: "Hier moet je de criminele Marokkaan liefhebben, in Marokko gooien ze Christenen het land uit!".

rkh, 11-03-2010

zondag, maart 07, 2010

Debatteren in 10 misverstanden

1. Dat wie een debat wil, dat ook echt wil.
Oproepen tot debat kan een retorische truc zijn om vervolgens degene die weigert, als lafaard weg te zetten.

2. Dat wie een debat weigert, heeft verloren.
Niet meedoen is gewoon een debatstrategie. Dat kan heel verstandig zijn, bijv. omdat wie meedoet zijn standpunt discutabel maakt en wel in tweeërlei zin.

3. Dat in een debat gedachten worden gewisseld (sic).
De gedachte is hier, dat een debat met een open mind wordt ingegaan. Wie een overtuiging en waarheidspretentie heeft, schort niets op ter wille van de discussie. Het debat is platform.

4. Dat consensus mogelijk is.
Een debat wordt aangegaan vanwege wezenlijke verschillen. En wat eerder onverzoenlijk was, laat zich niet verzoenen. Daarom: Stop de dialoog.
Daarbij komt, dat niemand graag als windvaan te boek staat.

5. Dat de Rede de doorslag geeft.
In een debat bepalen posities, belangen, humeuren, kwetsuren en ideologieën de richting. De uiteindelijke uitkomst wordt bepaald door de straat of de macht van het getal.
Politiek moet begrepen worden als voortzetting van oorlog met andere middelen.

6. Dat in een maatschappelijk debat diepzinnigheden worden gedebiteerd.
Uiteindelijk zijn ideologieën terug te voeren tot "waarheden van eeuwen" als "Afspraak is afspraak", "Geen twee heren dienen", "Wie niet werkt, zal niet eten" etc. Die waarheden zijn soms onderling tegenstrijdig. Dit kiezen voor het één of het ander gebeurt subliminaal en is verder niet te verdedigen. Dit heet engagement. Over politiek valt niet te twisten.

7. Dat voor elke positie een argument is, dat overtuigt.
Alles is inderdaad te verdedigen en er is altijd wel een deskundige te vinden voor de onderbouwing. Iedereen verstaat de kunst van het weglaten.
Maar het probleem is, dat je dan nog wel de ander én jezelf moet overtuigen. Veel van wat het verdedigen waard is, is contingent en heeft geen rationale. Je staat met lege handen.

8. Dat een laatste argument, geen argument is.
Dat is dan geheel vanuit het standpunt van de opponent gezien (zoals ongeloof het geloof van de ander is). Elke argumentatie eindigt in laatste argumenten, die irrationeel zijn in de zin van niet verder te rechtvaardigen. In een debatcultuur voelt stilte ongemakkelijk.

9. Dat feiten er toe doen.
Neen, feiten verschijnen en worden gewogen in het licht van een ideologie.

10. Dat een debat met God geen rationeel debat is, dat geloof geen basis is.
Hier worden argument en argumentatie door elkaar gehaald. Argumentaties kunnen rationeel -in de zin van logisch- zijn en de argumenten irrationeel. Nu is elk laatste argument irrationeel in de zin van niet meer te rechtvaardigen. Denk aan het beroep op het geweten. Dat in tegenstelling tot het taboe nog wel toelichting toelaat.
En wie bepaalt of een gelovige, een homeopaat, trotskist etc. niet aan een (openbaar) debat mee mag doen en wie houdt ze tegen?
Bovendien een verbod op bepaalde argumenten en argumentaties levert alleen maar schijnargumenten en uitvluchten op.

rkh, 03-03-2010

woensdag, maart 03, 2010

Een winst die onbesproken blijft

Iedereen gaat er vanuit dat de PvdA bij de gemeenteraadsverkiezingen stevig gaat verliezen. De winst was vorige keer ook wel erg hoog, zegt men alvast. Maar die winst wordt niet geduid. De media zijn er immers niet om te informeren. Men gelieve uit te gaan van het charisma van Bos.

Voor zover ik mij kan herinneren waren de items toen: voedselbanken, (kinderen van) asielzoekers en sociaal versus asociaal. Makkelijk scoren dus voor Bos, beetje inspelen op de onderbuik. Maar zo wordt dat dan niet genoemd.

Ik zie een patroon van gemakzucht en onverantwoordelijk gedrag. Daarmee gooit Bos zijn intellectuele integriteit te grabbel. De sociale liberaal laat zich terugfluiten door de conservatieven in zijn partij.

rkh, 02-03-10

dinsdag, maart 02, 2010

U draait en de media weten van niets

Het ging in de bewuste radiodiscussie van 2006 om ontslagbescherming.
Bos jijbakte over manipulatie van de kieswijzer door en ten gunste van het CDA.
Balkenende zei: "U draait en bent niet eerlijk".
Na afloop hevige verontwaardiging over de bewoording.
Kinderachtig.
Bos had moeten zeggen: "Ik ben van mening veranderd. U verandert nooit van mening?".
Hoe moeilijk kan het zijn de waarheid te spreken? Bos had in zijn Nexus-lezing inderdaad anders beweerd.
Had Bos eerlijk geantwoord dan had er misschien nog een kabinet gestaan.

Media zijn niet in waarheid geïnteresseerd. Die schetsen graag een doortrapt CDA met Jack de Vries als het kwade genius en een Balkenende die niet in staat zou zijn zelf zo'n oneliner te bedenken.

rkh, 1/3/10

maandag, maart 01, 2010

Jijbakken op niveau

De jijbak staat bekend om zijn flauwheid en intellectuele armoede. De jijbak zou discussies doodslaan. Maar een goede jijbak kan wel degelijk problemen blootleggen of relativeringen aanbrengen en zo bijdragen aan een discussie.
Elke jijbak is een variatie op "Kijk naar je eige".

De eerste categorie is die van het type "hoerenlopende dominee": Wel eisen stellen aan anderen wat betreft huwelijkse trouw, maar daar zelf een loopje mee nemen. Het gaat hier om morele integriteit.
Zo'n Al Gore die 12 tot 20 keer meer energie verbruikt dan een modaal gezin.
Wijlen staatssecretaris Karin Adelmund (PvdA) die zeer voor zwarte scholen was, maar onderwijl haar kinderen naar witte scholen reed.
Jijbakken laten de schijnheiligheid zien van bestuurders, beleidsmakers en opinieleiders. Maar ook waarom zaken niet lukken. Bijv. omdat veranderen van leefstijl moeilijk -zo niet onmogelijk- is of omdat soort nu eenmaal soort zoekt. De boodschap is dat bij het maken van plannen, moet worden uitgegaan van 's mensens aangeboren zwaktes.

De tweede categorie is die van het type "rokende dokter": Anderen belerend toespreken over roken, maar het zelf onderwijl doen. Hier gaat het om intellectuele integriteit.
Een Ter Horst die als minister van binnenlandse zaken de "elite" oproept in opstand te komen tegen de polarisatie in de samenleving en daarmee zelf polariseert.
Lieden die waarschuwen voor Islamofobie, maar dat doen uit angst voor de Islam.
Deze jijbakken laten de domheid zien van mensen zonder zelfbegrip. Maar de jijbakken relativeren ook, omdat duidelijk wordt dat polariseren niet van één kant komt en eigenlijk des mensen is.

rkh, 27/02/10

vrijdag, februari 26, 2010

Inverse vragen

Wie "A is B" zegt, zegt dat A B impliceert. Een vraag is dan of het omgekeerde ook geldt. Volgt uit B A? Een simpele vraag die tot antwoord noodt en indirect het "A impliceert B" kan problematiseren.

Je hoort tegenwoordig vaak: "Islam is vrede". Maar betekent dat dan dat er alleen vrede kan zijn, als de Islam heerst? Dus weg met het Christendom, Jodendom etc.?
Hier geen frontale aanval op de sleetse mantra "Islam is vrede". In plaats daarvan een simpele vraag die echter indirect wel de mantra ter discussie stelt. Vooral als daarna wordt gezwegen.

Je hoort ook: "De moslims van nu zijn de joden van de jaren '30". Antwoord daarop: "Scholden die joden van toen dan ook vrouwen en homo's uit en beroofden die ook oude vrouwtjes?". Op de vergelijking zelf wordt niet ingegaan, maar deze wordt wel ter discussie gesteld.

rkh, 26-02-2010

donderdag, februari 25, 2010

Lessen in Politiek

De coalitie van CDA, PvdA en CU is ten onder gegaan aan animositeit en profileringsdrift. Dergelijke ontbindende krachten zijn in elke coalitie aanwezig. Dat is inherent aan een meerpartijensysteem met regelmatig verkiezingen en een noodzaak tot samengaan.
In verkiezingstijd worden wonden geslagen en beloftes gedaan. Polls wakkeren de scoringsdrift aan. Media vergroten -naar hun aard- verschillen. Met als gevolg dat elk nieuw gevormd kabinet in meer of mindere mate worstelt met chemie en geloofwaardigheid.
Maar met CDA én PvdA in één kabinet zijn de problemen altijd groot, omdat beiden in verkiezingstijd de potentie en pretentie hadden (met derden) de baas van het land te worden en elkaar daarom op "leven en dood" bevochten. In het licht daarvan en van gebroken beloftes is een samengaan de kiezer moeilijk uit te leggen. In het zicht van nieuwe verkiezingen -en dat zijn er in vier jaar verschillende- wordt geprobeerd met profilering de geloofwaardigheid terug te winnen. Het kan dan ook niet verbazen, dat een coalitie met daarin PvdA en CDA inherent instabiel is.

Welke lessen zijn uit deze analyse op z'n minst te trekken? Sleuteltermen hierin zijn: "animositeit" en "ongeloofwaardigheid".

1. Geen "negative campaigning" en anderzijds geen lange tenen en korte lontjes.
2. Geen loze beloftes en alvast rekening houden met wat straks haalbaar is.
3. Geen partijleider in het kabinet, want dat geeft profilering in de boezem van het kabinet.
4. Geen twee dominante partijen in één kabinet.

woensdag, februari 24, 2010

Ook politieke instabiliteit kent logica

Waarom of waardoor is een coalitie van PvdA en CDA inherent instabiel? Het antwoord is simpel.

Het eerste deel: Omdat CDA en PvdA beiden op zich de potentie hebben de dienst uit te maken in dit land (zij het met steun van andere partijen). En omdat zij als bestuurderspartijen vinden, dat hen de regeermacht toekomt.
GroenLinks bijv. heeft die potentie en pretentie niet en daarom zal een coalitie met daarin GroenLinks als juniorpartner en PvdA of CDA als dominante partij niet inherent instabiel zijn.

In de verkiezingstijd worden ideologische verschillen aangezet. In de mate waarin het mogelijk is zetelverlies* te beperken, zullen de onderlinge verschillen meer de nadruk krijgen en de aanvallen scherper, persoonlijker en verbetener worden. Maar PvdA en CDA gaan daarbij in de overdrive, omdat de belangen groter zijn. Wie draait straks aan de knoppen en verdeelt de baantjes? In de strijd spelen de media een cruciale rol. De medialogica schrijft voor: focussen op de hoofdrolspelers (dus niet op bijv. de SGP), verschillen uitvergroten en drama maken. De partijen lenen zich hier graag voor.

Worden PvdA en CDA door omstandigheden gedwongen tot een coalitie dan zijn er twee problemen.
In de verkiezingstijd zijn wonden geslagen en ego's gekwetst. Animositeit is een eerste oorzaak van instabiliteit.
Een nog belangrijkere oorzaak is de profileringsdrift. Beide partijen hebben een geloofwaardigheidsprobleem. Want je kunt niet goed aan de kiezers uitleggen, dat je samenwerkt met wie je op "leven en dood" hebt gestreden en dat je terugkomt op verkiezingsbeloftes. In het zicht van nieuwe verkiezingen en in de strijd om de dominantie zal de geloofwaardigheid moeten worden teruggewonnen en dat gebeurt via profilering. Probleem is echter, dat er altijd wel verkiezingen voor de deur staan. Is het niet de verkiezing voor de tweede kamer dan zijn het wel de lokale verkiezingen of is er iets met Europa.

* Zetelverlies betekent ook minder medewerkers, minder geld voor partijbureau en wetenschappelijk instituut.

rkh, 22-02-2010

donderdag, februari 18, 2010

Onder een hoofddoek zit geen bom!

In een hoofddoeken-debat zou best weleens mogen worden verzucht: "Laten we in elk geval blij zijn, dat onder een hoofddoek geen bom kan worden verstopt".
De verkorting "Onder een hoofddoek zit geen bom!" (copyright, rkh) bekt goed. Dat is één. En waarom vind ik deze slogan verder geslaagd?

De onderliggende boodschap is helder: De Islam is een bedreiging voor onze samenleving. "Islam is vrede" kan hier niet echt de boodschap zijn, want "bom" en "hoofddoek", geweld en Islam, staan in één zin. Dat fraamt niet goed.

Er is geen ruis. Of de hoofddoek op moet van het geloof of van een mannelijk familielid, dat is hier niet de kwestie. De hoofddoek wordt als gegeven genomen. De slogan is verder in nette termen geformuleerd, dus ook daar geen storende discussie over.

De slogan is robuust, tamelijk immuun voor kritiek.
Wie komt met de opmerking dat de Islam weer met geweld in verband wordt gebracht, houde men voor dat zulks nu juist hier niet gebeurt: er is GEEN bom verstopt.
Wie met semtex of een bom in de knot komt, houde men voor dat hij kennelijk geen gevoel voor humor heeft.

De slogan wordt ten vijfde gekenmerkt door een zekere lichtheid. Er is een knipoog naar de cartoon van Kurt Westergaard (bom met tulband). Er is ironie: Het omgekeerde wordt bedoeld van wat wordt beweerd. En er is de ambivalentie van zeggen en niet-zeggen, van hoop en wanhoop. Kortom, zelfs een intellectueel kan er lol aan beleven.

rkh, 17-02-10

maandag, februari 15, 2010

Een retorische analyse van Wilders' "kopvoddentax"

De kopvoddentax is een belasting op het dragen van een hoofddoek door moslima's. De vraag naar de onderliggende analyse tilt de kwestie op een hoger niveau. De analyse en conclusie is: De moslim kost de belastingbetaler veel geld, laat hem dus zelf meebetalen. Of zonder conclusie: De kosten van immigratie en integratie rijzen de pan uit! Dat is de boodschap.
"Daar heeft Wilders wel een punt"*, zeggen velen en dat zijn niet alleen aanhangers.

Wilders had deze kosten kunnen koppelen aan bijv. de noodzaak tot verhoging van de AOW-leeftijd, met dus de suggestie van een oorzakelijk verband.
Maar Wilders koos er voor de kosten als gegeven te nemen, te koppelen aan de moslims zelf en hen daarvoor te laten boeten. De kopvoddentax als concretisering van de boodschap. Een magneetwoord dat beklijft.

Probleem is, dat velen wel een aardige moslima met hoofddoek kennen en dat wat Wilders zegt dan zielig voor haar vinden. En waarom de vrouwen gepakt en beledigd, terwijl de jongens/mannen voor problemen zorgen? Kortom, één en al ruis zodat de boodschap niet te horen was. Daar had je Kant, Halsema of Pechtold niet voor nodig.
Een goed spreker zorgt voor een vrolijke noot. Maar de knipoog** die Wilders in "kopvoddentax" stopte, zal door de meesten niet zijn gezien.
Wilders' eigen achterban vond het TE en de mensen van "Daar heeft Wilders wel een punt" haakten af. Kortom, Wilders had zich niet goed geprepareerd. Weg boodschap.

Sommigen meenden dat Wilders hiermee zijn eigen graf had gegraven. Maar zoals Wilders zelf zegt: hij heeft de werkelijkheid aan zijn kant. En inderdaad: elke dag wordt weer hout voor de brandstapel aangedragen, met name door de RIF-jeugd. Is het niet Gouda dan is het wel Nijmegen, Parijs, Brussel of Milaan.

* Pechtold gruwt van deze zin.

** Volgens het verhaal wordt/werd in Islamitische landen van ongelovigen beschermingsgeld gevraagd. "Oog om oog, tand om tand", dacht Wilders. Dus dan ook hier maar extra belasting gevraagd. De subboodschap dat de Islam pervers omgaat met ongelovigen, kwam dus ook al niet over.


rkh, 14-02-10

donderdag, februari 11, 2010

Niet-discutabele Waarheden

Wie "in de waarheid is" en in discussie gaat, heeft in praktijk al verloren. Want wie bewilligt in discussie, geeft aan dat een andere kijk mogelijk is. De waarheid is daarmee discutabel geworden, in de zin van dat er over kan worden gesproken en in de zin van dat het best anders kan zijn.
Het is dus niet verstandig om als "gelovige" in discussie te gaan. Dat geeft maar twijfel en weerstand met als gevolg dat doelen niet, half of niet op tijd worden gehaald. De "gelovige" getuigt en gebruikt het debat als platform.

De klimaatalarmisten* hebben dit simpele inzicht goed begrepen. Zij hielden sceptici buiten de deur.

Ook Koenders heeft het begrepen. Hij weigerde om samen met Arend Jan Boekestijn bij P&W aan tafel te zitten en over ontwikkelingshulp te praten.
Klink weigerde bij NOVA(?) met een bloemenbindster aan te zitten en in discussie te gaan over inenting.

En uiteraard Wilders. Die zegt gewoon dat "kopvoddentaks" gaat over kopvodden en niet over keppeltjes. Basta.

Merkwaardig gedrag trouwens van mensen die gewoonlijk hun vertrouwen stellen in de ratio en zeggen voor het debat te gaan.


* Deze "wetenschappers" trekken verkeerde conclusies, springen naar conclusies, passen zo nodig data aan en gebruiken dubieuze bronnen. Niet vreemd dus, dat in Groot-Brittannië geweigerd werd om bepaalde data openbaar te maken, zelfs na WOB-verzoeken.

rkh, 10-02-10

dinsdag, februari 09, 2010

De rotonde als metafoor voor problemsolving

Een kruising waar het gevaar om de hoek ligt of de doorstroming verre van optimaal is, vraagt om actie. Er kan daarbij gekozen worden uit waarschuwingsborden, stopborden, zebrapaden, verkeerslichten, ongelijkvloersheid etc. Ik constateer dat nu vaak voor de rotonde wordt gekozen.

Bij alle oplossingen wordt uitgegaan van het menselijk tekort; van overmoed, onoplettendheid, verblinding. Maar het bijzondere aan de rotonde is, dat deze simpele en relatief goedkope structuur domweg een bepaald gedrag afdwingt en dat zonder de eigen verantwoordelijkheid te kort te doen. Doordat de aankomende bocht zeer scherp is en het totaaloverzicht ontbreekt, moet wel worden afgeremd. De bestuurder houdt daarbij zelf de verantwoordelijkheid de situatie verder in te schatten. Hij wordt bijv. niet verzocht om nodeloos te stoppen en te wachten, ook al is er geen kip te bekennen.

Kenmerken van deze aanpak zijn:
0. Acceptatie van het menselijk tekort.
1. Geen moralisme, maar een simpele aanpassing van de omgeving die op natuurlijke wijze een bepaald gedrag afdwingt.
2. Eigen verantwoordelijkheid blijft.

r.k.h., 08-02-10

donderdag, februari 04, 2010

Belang en Macht bij Wederkerigheid

Wederkerigheid is (negatief geformuleerd): "Als jij dat niet doet, dan doe ik dat ook niet. En omgekeerd." Onder welke voorwaarden heeft zo'n afspraak kans van slagen?

De overlastgevende man die tegen zijn buurman zegt: "Als jij je niet met mij bemoeit, dan bemoei ik mij ook niet met jou", geeft geen oplossing. Want het is niet in het belang van de buurman herrie te mogen maken, die wil rust. Beroep op Wederkerigheid biedt hier dus geen soelaas.

Een voorwaarde is dat beide partijen gelijkelijk belang hebben bij de afspraak. Wederkerigheid en Eigenbelang vormen te samen de constituerende elementen van de gulden regel. De regel zegt: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet".

Maar waarom je houden aan deze leefregel, als je de sterkste bent? In een situatie als boven -waar empathie ontbreekt en de rechtsstaat het de facto laat afweten- biedt de honkbalknuppel uitkomst. Soms moet het eigenbelang met harde hand duidelijk worden gemaakt. Ontbreekt machtsevenwicht dan vertrekt de onderliggende partij. Gelijke verdeling van macht is dus eveneens voorwaarde voor het lukken van Wederkerigheid.

In een niet-moreel gefundeerde minimale moraal staan Eigenbelang, Macht en een gelijke verdeling daarvan over de partijen centraal. De gulden regel kan dus niet alleen een minimale moraal funderen. Daar hoort machtsevenwicht bij.

rkh, 03-02-2010