zondag, oktober 05, 2008

Omgaan met complexiteit: Scoren op getallen

Kun je ook interessante en goede vragen stellen zonder eigenlijk te weten waar je het over hebt? Ja, dat kan. Indelingen en opsommingen die geen innerlijke noodzaak qua lengte of getal tonen, toevallig lijken, genereren als vanzelf vragen.

Neem de populaire kieswijzer van politicoloog André Krouwel. Je krijgt een aantal standpunten van politieke partijen voorgelegd en geeft aan het daarmee eens of oneens te zijn. Na afloop wordt jouw positie ten opzichte van de verschillende politieke partijen bepaald. In een vlak met op de X-as links/rechts en op Y-as conservatief/progressief wordt dit alles keurig ingetekend. Een plat vlak heeft 2 dimensies.
Dit is mijn punt: Wie 2 ziet staan, kan –zonder de precieze definities en de achterliggende theorie (zo die er al is) te kennen- de vraag stellen: waarom niet gekozen voor 3, 4 of 5 dimensies of 1 dimensie? Dat voor het platte vlak is gekozen, heeft ongetwijfeld een praktische reden: met 3, 4 of 5 dimensies wordt het verhaal voor Krouwel te moeilijk.
Eénmaal dit bedacht hebbende, ligt het voor de hand zelf nog naar wat nieuwe dimensies te speuren. En deze dienen zich aan: 1) mate van zorg voor het milieu, 2) mate van vreugde over de aanwezigheid van Islam, Moslims c.q. Marokkanen in het land. Mij lijkt dat deze nieuwe, onafhankelijke en politiek relevante dimensies zich moeilijk laten onderbrengen in het links/rechts, progressief/conservatief schema van de heer Krouwel.

Of neem de 7 hoofdzonden (traagheid, onkuisheid, gierigheid, mateloosheid, naijver, toorn, ijdelheid). Waarom 7? Waarom niet 6 of 8? Een opsomming die van zichzelf niet dwingend is, maar eerder bepaald lijkt door de vermeende heiligheid van het getal “7”.
Paul Lafargue –de schoonzoon van Marx- schreef in ieder geval het boek “Le Droit de la Paresse” (Het recht op luiheid) en is “ijdelheid” nu echt zo’n hoofdzonde? En waarom niet aan de lijst toegevoegd: ongeduld, desinteresse, disrespect?


Post Scriptum: De inval –hierboven uitgewerkt- kreeg ik ongeveer een jaar geleden. Ik heb de gedachte in een cahier genoteerd. Anders zou deze zeker zijn vergeten, zoals ook een droom onherroepelijk in het putje van de vergetelheid verdwijnt. De idee kwam op in het kader van de vraag: Wat kun je als niet terzake deskundige zeggen over moeilijke en ingewikkelde kwesties?
Na het onderwerp af en toe te hebben hernomen, heb ik mij nu aan het schrijven gezet. Eerst in kladversie op papier en daarna in prints. Gedurende drie dagen heb ik gedacht en geschaafd, waarbij bijv. vier titels zijn afgekeurd: De macht van het getal, cijferdwang, cijferfetisjisme, cijferfixatie. Het is een moeizaam proces dat mij uren heeft gekost, maar wel vreugde verschaft.
Okko Jager leerde preken uit zijn hoofd. Gaf reproductie hardop problemen dan wist hij dat er iets fout zat. Levinas zei tegen Peperzak iets van: “Het boek is klaar, alleen de inconsistenties moeten er nog worden uitgehaald”. Behartenswaardige woorden.

rkh, 4 okt. 2008

Geen opmerkingen: