zondag, september 18, 2011

De liberale Zijnsleer van Sen

De Indiase econoom en Nobelprijswinnaar Amartya Sen heeft in zijn jeugd veel religieus geweld gezien en meegemaakt. Zijn visie is, dat aan dit geweld en aan geweld in het algemeen een Wij-Zij-denken ten grondslag ligt ("Violence and Identity"). De identiteit van een individu wordt in dat denken opgehangen aan één of meer kenmerken van een groep. Iemand is òf moslim òf hindoe en dat bepaalt wie vriend en wie vijand is.


In de ontologie van Sen staat het individu centraal, dat vrij is bindingen aan te gaan en te verbreken en nergens op is vast te pinnen. Er is niet één identiteit. Iemand die moslim is, die is niet alleen moslim. Hij is ook vader, zoon, minnaar, democraat, arbeider, lid van een natie etc.

Mij lijken het open deuren, maar laten we zeggen dat het goed is ze te noemen.


Sen is liberaal* van het pure soort bij het libertaire af, zoveel is duidelijk. Hij verwerpt dan ook het communitaristische denken (Taylor) en de "clash of civilizations" (Huntington), omdat dit een denken in groepen is.

Maar met zijn ontologie creëert Sen -zijns ondanks- wel een nieuw WIJ, namelijk dat van de kosmopolieten. Een zekere Anders Breivik heeft daarop met geweld gereageerd.


p.s.: Hier eenzelfde tragiek als bij Cohen die in en door zijn strijd tegen het Wij-Zij-denken wel mooi een nieuw WIJ en ZIJ genereert. Een jij-bak van jewelste, maar wel een jij-bak op niveau.



* Hiermee maak ik Sen lid van een groep. En ik ga er ook nog vanuit dat dit liberaal-zijn geheel zijn denken, voelen en handelen bepaalt.


rkh, 17-09-2011

woensdag, september 14, 2011

Jekyll & Hyde. Over identiteit

Je hoort de laatste jaren vaak zeggen, dat een mens meerdere identiteiten heeft. Maar om nu bij iedereen een meervoudige persoonlijkheid te veronderstellen, lijkt mij onzin. Niet iedereen is immers een psychiatrisch geval.


Ik hoorde eens voor de radio een hoogleraar zeggen dat hij zich -vanwege zijn armoedige afkomst- nooit in hogere kringen echt thuis heeft gevoeld. De journalist Anil Ramdas werd -naar eigen zeggen- in India behandeld als iemand van een hogere kaste. Het fysiek van de Brahmaan werd in hem (h)erkend.

Je bent dus kennelijk als hoogleraar/journalist niet alleen hoogleraar/journalist.


De "identiteit" in "Een mens heeft meer identiteiten" is diffuus en heeft niet de hardheid die het suggereert te hebben. Wie en wat je bent toont zich in meer of mindere mate altijd en overal en laat zich niet opdelen in te scheiden identiteiten. In alles vibreert alles mee. Op dit punt ben ik holist: het gaat om persoonlijkheid.


Wie uitgaat van de totale mens verbaast het niet dat Marokkaanse Nederlanders gezeten op de rand van het zwembad te Marrakech vreemd worden aangekeken. Het lukt niet de Nederlander in de Marokkaan te verbergen. Dus is het ook onzin om te zeggen: "De ene keer ben ik Marokkaan en een andere keer Nederlander".


De vraag blijft, waarom men zich zulke evidente onzin met zoveel graagte laat aanpraten.


rkh, 12-09-2011

zondag, september 11, 2011

Onvermijdelijkheid als argument

Marx wist wel waar het naar toe ging. Hij had het economische systeem geanalyseerd en geconcludeerd dat het kapitalisme aan zijn eigen, innerlijke tegenstrijdigheden ten onder zou gaan. Het kapitalisme zou op termijn ingeruild worden voor een socialisme van loon naar behoefte en werken naar vermogen.


Nu weet Guy Verhofstadt het zeker: er komt een federaal Europa. De economieën van China, India, Brazilië etc. dwingen dit af.

Bij Verhofstadt bepalen niet systeemimmanente factoren de toekomstige geschiedenis, maar is het de omgeving (van Europa) die de toekomst dicteert. Ook hier is de onderbouw bepalend en sprake van noodzakelijkheid. Dit moet toch een liberaal vreemd overkomen.


Bij zoveel onvermijdelijkheid is ook altijd de vraag waarom überhaupt nog argumenteren? Men kan rustig achterover leunen; de geschiedenis gaat immers zijn eigen gang.


rkh, 08-09-2011

maandag, september 05, 2011

Omgaan met complexiteit: aanslaan op "TE"

Kun je ook goede vragen stellen zonder te weten waar je het over hebt? Ja, dat kan. Wanneer bijv. overmaat de klacht is, kan altijd de vraag naar de grens worden gesteld én de vraag naar de ware aard van de klacht in kwestie.

Het woordje "te" is hier de trigger (hoewel soms hertaling nodig is).


Als minister van bestuurlijke vernieuwing zei Pechtold in oktober 2005: "We moeten eens minder kakelen over terreurdreiging". Wat zich laat lezen als: "Er wordt te vaak en te veel gesproken over terreurdreiging".

De voor de hand liggende en niet bijster interessante vraag is dan: "Wanneer precies wordt 'te veel en te vaak' gekakeld over terreur?". Dat is een vraag naar de grens die tot antwoord noodt en zonder kennis van zaken is te stellen.


Bij een klacht van overmaat is altijd de vraag of er wel een grens is. Men is tegen "dik in het algemeen" en zegt tegen "te dik" te zijn. De klacht van "te dik" verhult dan een algemener bezwaar. Dit verhullend taalgebruik moet aan de kaak worden gesteld.

Pechtold kan dus naar de ware aard van zijn klacht gevraagd worden: "Maar tegen gekakel over terreurdreiging op zich heeft u kennelijk niets?". Een goede vraag (ook omdat dit Pechtold confronteert met zijn eigen woordkeus).


Op het verwijt van "disproportioneel geweld" (te veel geweld) kan gereageerd worden met: 1. "Wanneer precies wordt geweld disproportioneel?" (vraag naar de grens) en 2. "Tegen proportioneel geweld heeft u kennelijk niets?" (vraag naar de ware aard van het verwijt).


rkh, 04-09-2011

maandag, augustus 29, 2011

Wat moet ik niet doen?

De tweede vraag van Kant was: "Wat moet ik doen?".* Natuurlijk -en waarschijnlijk voor minder geld- kan ook de vraag gesteld worden: "Wat moet ik niet doen?".

De guldenregel adviseert voor een antwoord bij jezelf te rade te gaan. Dat resulteert in: "Ik lieg niet, omdat ik zelf niet bedrogen wil worden", "Ik sla niet, omdat ik zelf niet geslagen wil worden", etc.

Samengevat: "Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet".**


Aan de hand van de guldenregel kun je uitvinden (heuristiek) hoe niet te handelen. Deze regel is dus een bron van kennis.

Maar elke logica ontbreekt bij de concretiseringen, ondanks de schijn van het tegendeel door dat "omdat". Want het één volgt niet uit het ander en tussen bijv. "er op los meppen" en "zelf niet geslagen willen worden" zit helemaal geen tegenspraak.


Dus "ik sla niet, omdat ik zelf niet geslagen wil worden" ontbeert logica. Daarentegen "ik sla niet, opdat ikzelf niet geslagen worde" heeft meer logica en dit advies resoneert ook mee. De rationale is, dat als je er zelf op los mept ook anderen misschien die vrijheid nemen.

Kortom, het is welbegrepen eigenbelang om je te gedragen en dat doe je dan in de hoop dat anderen volgen.

In een natuurtoestand -en dat kan een burenruzie zijn- lukt wederkerigheid alleen als beide kanten belangen hebben en de "contractanten" gelijkmachtig zijn.


* De andere vragen waren: "Wat kan ik kennen?" en "Wat mag ik hopen?".


** De nadruk op "ik", "doen" en "niet" is bijzonder als ook het ontbreken van "moeten".


rkh, 29-08-2011

vrijdag, augustus 26, 2011

Ieder zijn rol

Een politicus is woordvoerder namens zijn kiezers. Hij moet hun wensen, belangen, idealen, onvrede en angsten vertolken. Een politicus moet een maatschappijvisie uitdragen, die de hunne is en ook de zijne was toen hij werd gekozen.

Rouvoet keerde zich -na de verkiezingen- tegen "het maatschappelijke sentiment dat we niet te veel moslims moeten hebben". Maar namens wie sprak hij?


Oproepen van derden om "moed" te tonen en tegen de eigen achterban in te stemmen zijn politiek begrijpelijk, maar daaraan gehoor geven is moreel* verwerpelijk. Dergelijke oproepen worden gedaan onder het mom van "algemeen belang", "onvermijdelijk" of "rechtsstaat". Dat is retoriek.


Een politicus moet rolvast zijn en niet meegaan met anderen als gevolg van groepsdynamiek. Het is niet goed voor het land, de politiek en de politicus zelf als hij uit zijn rol valt, bijv. wanneer hij plots het zgn. algemeen belang van anderen, als gegeven neemt. Consensus is de dood in de pot. Zonder strijd geen vooruitgang.


We zouden ook raar opkijken als een advocaat zijn cliënt van wandaden beschuldigt of als een officier van justitie met verzachtende omstandigheden komt. Ieder zijn rol.

In de rechtbank is het de rechter die uiteindelijk beslist. In de politiek is het een kwestie van stemmen tellen.


* Anders stemmen is niet strafbaar, want een politicus zit er -volgens de grondwet- zonder last.


rkh, 24-08-2011


vrijdag, augustus 19, 2011

Over dominantie van culturen

Waarom zien we Obama niet gewoon als witte man? Zijn vader was zwart, maar zijn moeder was -bij wijze van spreken- witter dan wit. Toch wordt hij "de eerste zwarte president van Amerika" genoemd. Vanwaar deze asymmetrie tussen zwart en wit?


Antwoord: omdat wij (wit & zwart) vanuit een wit perspectief kijken. Wit is de norm. Wie daar buiten valt, is niet-wit. Obama wijkt af en kan daarom niet als wit gezien worden.

Zou zwart dominant zijn (bijv. omdat donker Afrika op alle fronten het machtigste land is) dan zou Obama voor ons (zwart & wit) wit zijn, want niet-zwart. Hij wijkt af van de norm en zou dus niet als zwart gezien kunnen worden.

Niemand noemt Obama "kleurling". Dat geeft kennelijk te weinig aan wat hij niet is.


Hetzelfde met de ontdekking van onbekende soorten in exotische oorden. De inboorlingen zijn er natuurlijk al eeuwen mee bekend. Alleen vanuit een westers perspectief zijn het onbekende soorten, die nu pas worden ontdekt. Iets bestaat pas als het met Westerse ogen is gezien.


Operazangeres Tania Kross ging op zoek naar haar roots. In de stamboom komen slaven én slavendrijvers voor. Ze koos voor de slachtofferrol. Kross -afstammeling van onderdrukkers- had op TV haar excuses kunnen maken aan de nazaten van slaven, maar ze koos dus anders. Weer die asymmetrie. Dat ze deze keuze maakte en dat deze keuze niet opviel, is omdat in onze cultuur slachtofferschap in hoog aanzien staat.


p.s.: In dit verband moet natuurlijk wel de term "oriëntalisme" vallen. Bij dezen.


rkh, 17-08-2011

maandag, augustus 15, 2011

Voor als-dan geen antwoord

Als een meerderheid de sharia wil, dan komt hier de sharia. Dat is -volgens Donner- democratie. Max van Weezel stelde de als-dan-vraag en Donner gaf antwoord en dat zonder mitsen en maren. Een normaal antwoord op een als-dan-vraag, is in de politiek uitzondering.


Wilders vroeg eens bij de Algemene Beschouwingen de fractievoorzitters van de CU en het CDA wat zij dachten van 1 miljoen moslims extra. Een goede vraag, volgens mij. Maar Slob en Van Geel gingen meteen vol in de aanval; dat Wilders bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet en zo. Maar antwoord kreeg Wilders -en kregen wij- dus niet.

Slob en Van Geel hielden in ieder geval nog de schijn van debat op. Meestal is immers het antwoord: "Op als-dan-vragen ga ik niet in"*.


Niet antwoorden getuigt in elk geval van intellectuele armoe**. Maar het zwijgen of het nietszeggen bij belangrijke keuzes is ook rationeel, omdat er uiteindelijk toch geen verweer is. (Probeer maar eens een verbod op polygamie te verdedigen.)


Politici geven altijd hoog op van debat, discussie en dialoog. Maar hun manifeste afkeer van scenario-denken toont dat ze zichzelf niet kennen.


* Het gemak waarmee dat wordt gezegd en geaccepteerd, verbaast en stemt droef. Onbewust wordt waarschijnlijk gerefereerd aan "as is verbrande turf". Maar daar gaat het over het verleden (was ik toch maar met mijn buurmeisje getrouwd!) en niet over de toekomst (halen we Turkije er bij?).


**Alleen in heel bepaalde omstandigheden is zwijgen opportuun.


rkh, 14-08-2011

vrijdag, augustus 12, 2011

Niet iedereen is allochtoon

Voor Pechtold ben ik oudkomer*, hoewel mijn familie hier -bij wijze van spreken- al eeuwen woont. Dat verrast. Hoe komt hij aan dit inzicht?


De term "nieuwkomer" bestond al, maar daar is "oudkomer" recentelijk bij gekomen. Verandering in de eisen aan immigranten noopte kennelijk tot differentiëring. "Oudkomer" is dus van belang voor juristen en de asielindustrie.


Door mij "oudkomer" te noemen, geeft Pechtold -terloops en op slinkse wijze- een heel eigen invulling aan dat begrip en maakt hij een statement. Voor hem is er geen verschil tussen iemand als ik en een "oude nieuwkomer". We zijn uiteindelijk allemaal "komers". Oud of nieuw, het doet er niet toe. We zijn allemaal allochtoon!


We zien hier bij Pechtold het gelijkheidsdenken aan het werk, culminerend in: Iedereen allochtoon.

Een mooie gedachte natuurlijk, alleen ik voel dat niet zo. Ik voel mij geen allochtoon en ongetwijfeld velen met mij. Dat zou Pechtold gewoon als politiek feit moeten accepteren, maar helaas is hij het pragmatisme voorbij.



* Dit haal ik uit de enigszins krakkemikkige opsomming: "... volgende generatie, zwart en wit, oudkomers en nieuwkomers, iedereen...". Op 2/8/11 was Pechtold bij Twan Huys te gast in Nieuwsuur.

Maar Pechtold is niet de enige die zo denkt. Maarten van Rossem was op TV op zoek naar zijn roots en was blij verrast toen ook hij niet vrij van vreemde smetten (mijn woorden, rkh) bleek.


rkh, 11-08-2011

woensdag, augustus 10, 2011

Het verschil tussen sprinkhanenplaag, criminele organisatie en haatpaleis

Joop Wijn vergeleek -als bewindspersoon- het optreden van een hedgefund met een sprinkhanenplaag.

Voor advocaat Jan Boone is de R.K.-kerk een criminele organisatie die verboden moet worden.


Niemand stoorde zich aan de overdrijving, de generalisatie en het pejoratief woordgebruik. Althans, ik heb er niemand over gehoord. Ook werd geen link gelegd met WOII.

Maar als Wilders roept "haatpaleis" dan is Pechtold meteen over de rooie: "Meester, hij doet het weer!"*.


Alle drie de heren beschrijven (een deel van) de werkelijkheid (feit), geven uiting aan hun afkeer (emotie) en roepen al dan niet impliciet op tot actie (oproep). Het enige verschil is, dat bij Wilders voor sociale onrust wordt gevreesd. Het gaat dus helemaal niet om waarheid of fatsoen, of Wilders ongelijk heeft en beledigt.


Er van uitgaande dat Pechtold (uiteindelijk toch) geweld van moslims vreest, mag hij met recht islamofoob genoemd worden.


* Meester Rutte moet er van Pechtold iets van vinden.


rkh, 09-08-2011

dinsdag, augustus 09, 2011

De kromtaal van Doekle

Op de website van de Telegraaf wordt Doekle Terpstra geciteerd: "... maar die 30 procent is tegenvallend fors.” Dat is -volgens mij- geen normaal Nederlands.

Ik herinner mij meer kromtaal van de sociaal academicus en google op de combinatie "Doekle Terpstra" en "kracht":


"leerde ik mensen in hun kracht te helpen"

"zorgen dat mensen in hun kracht blijven"

"(als debater) staan in je kracht"

"wij gaan Inholland weer in z'n kracht zetten"

"en dat ik dan als het ware in de kracht van mijn verhaal zit"


Waarom hij dit doet, waar hij het vandaan heeft? Ik zou het niet weten, maar hij "verkracht" zo wel onze taal.


rkh, 09-08-2011

zaterdag, augustus 06, 2011

Pechtold als retor

Pechtold is een goed spreker. Ik mag hem* dan ook graag horen. Maar in het gevecht met Wilders faalt de retoricus. Dan gaan alle remmen los en verliest Pechtold het contact met de werkelijkheid.


Een goed retoricus zal onwelgevallige feiten omduiden, maar nooit negeren. En dat laatste doet Pechtold en daarmee en daardoor overtuigt hij andersdenkenden niet. Het schiet ook niet op om tegenover "het glas is leeg" "het glas is vol" te zetten.


"Haatpaleizen" is voor Pechtold de nieuwe rode lap waar hij vol op induikt. Dat mag gezegd, noch gedacht worden. Want beledigend voor een bevolkingsgroep.


De boodschap die de opgewonden Pechtold communiceert, is: "Nix aan de handa. In moskeeën hier wordt het antiwesters sentiment en de jodenhaat niet gevoed". Helaas voor Pechtold, maar de meeste mensen weten beter. En dat is geen weten, dat zich zomaar laat wegblazen.


* Anders dan Femke Halsema die dichotomisch denkt en etiketten plakt.


rkh, 05-08-2011

donderdag, augustus 04, 2011

Het idealisme van Pechtold

Vroeger verklaarde D66 zich uitdrukkelijk voorstander van de pragmatische aanpak: geen ideologische praatjes, maar handelen naar bevind van zaken. Als het om Wilders gaat, dan blijft onder de huidige partijchef van deze aanpak weinig over.


Pragmatisch zou zijn om bijv. gewoon te accepteren*, dat veel Nederlanders veel Marokkaanse medelanders niet leuk vinden**. Zachtjes uitgedrukt. Maar Pechtold legt zich daar niet bij neer. Er moet en zal worden omgedacht. Op dit punt toont hij zich idealist, die het beter weet en zich moreel superieur waant. Tant pis pour la réalité.


Pechtold brengt zelf de integratieproblematiek terug tot wat geruzie over etensgeuren in het gemeenschappelijk trapportaal. Wie zo denkt, kan Wilders niet begrijpen en begrijpt ook niet waarom 63% van de Nederlanders zich zorgen maakt over de toenemende invloed van de Islam in West-Europa (tegen 26% van de aanhangers van Pechtold, De Hond 07/2011).


Nu verwijt Pechtold Wilders weer doemdenken. Maar de retoriek van Pechtold slaat steeds stuk op de realiteit van alle dag, die zich van Wilders niets aantrekt.


Het zou goed zijn wanneer Pechtold terugkeert tot het D66 pragmatisme van weleer en ruimte laat voor het "agree to disagree". Ook het kroonjuweel van de multiculturele samenleving kan uit de etalage.


* "Wen er maar aan", zei Bos over de presentie van immigranten.

** Voor de dood van Van Gogh werd in het Amsterdam van Cohen gewerkt aan de brochure "Marokkanen zijn leuk". Om begrijpelijke redenen is het boekwerk nooit uitgekomen.


rkh, 03-08-2011

maandag, augustus 01, 2011

Van Lanschot, vreemdganger

De diplomaat Robbert van Lanschot doet in het boek "Café Mogadishu" verslag van zijn gang door het andere Nederland. Geen cijfers, geen analyse, geen beschouwing.

Aan het eind van het voorwoord vraagt hij zich af of Nederland de nieuwe Balkan wordt. Op de Balkan ging het mis, terwijl de sociale en culturele verschillen daar toch aanmerkelijk minder schril zijn. Er is geen nawoord, dus ook geen woord van hoop of troost. Blijkens het motto van het boek is het mooi een vreemdeling te ontmoeten.


Van Lanschot constateert parallelle samenlevingen. Autochtonen trekken weg uit wijken. De allochtone middenstand neemt het over en maakt de wijk zelfvoorzienend.

Ten tweede: Moslims worden conservatiever. Moskeeën (al dan niet gebouwd met buitenlands geld) en bibliotheken hebben een aparte ingang voor vrouwen. Het concept van de poldermoskee van Cheppih is mislukt. Geloofsafval wordt steeds meer een probleem. Het nieuwe kijken is in opkomst, d.w.z. dat moslima's wegkijken bij het naderen van een vreemde man.

Ten derde is uit het boek een toename van antiwesters sentiment te halen. Er wordt aangeraden kinderen niet mee te laten doen met sinterklaas. Geen felicitaties bij kerst of nieuwjaar. Op een lijst met wensen voor ramadan staat: "minder westers kleden". Verwesterde meisjes zijn niet in. Voor ondernemers is het meebouwen aan kerken haram. Vroeger werkten moslims nog gewoon in varkensslachterijen. Sommige Turken werken zwart en geven hun tweede huis in het thuisland niet op. Want Nederlanders zijn varkens en bijstand is christelijk geld. Aldus een Turkse Nederlander die ook de beoefening van takiye bevestigt. Een alleen Turks sprekende imam leert dat Nederlanders onrein zijn, want ze wassen zich niet islamitisch (een les die officieel moest gaan over Nederlandse waarden en normen, maar vooral een koranles was). Oud-leerlingen zien een zeer geëngageerde hulpverleenster niet meer staan.


De overheid grossiert onderwijl in mooie woorden: parels van integratie, comité van parelvissers, krachtwijk, fietsdocent. Volgens Van Lanschot weet de overheid niet wat er gebeurt, omdat zij verkeerd wordt voorgelicht. Anderzijds wordt de EU door diezelfde (Amsterdamse) overheid wel voor het lapje gehouden. Wat evengoed takiye is (zeg ik dan) en juist wetendheid vooronderstelt. Het moskeeverzamelgebouw (multifunctioneel centrum) zou naar werk begeleiden, maar herbergt moskeeën en een madrasa. De (Turkse en Marokkaanse) moskeebesturen worden plots migrantenorganisaties. Men had overigens liever dat Van Lanschot niet meer langs zou komen, ondanks wervende teksten en subsidie.

Eén keer noemt hij Wilders. Dan gaat het over politici die zich afvragen waar we tekortschieten wanneer zo vele Somaliërs met Nederlands paspoort doorreizen naar Groot Bretanje. Een grapje dat de samenleving zo 0.5 miljard heeft gekost. Je zou haast op Wilders gaan stemmen, verzucht hij dan.


rkh, 30-07-2011

zaterdag, juni 18, 2011

Een betoog is een verhaal

Het komt natuurlijk vreemd over: Iemand houdt een betoog met de nodige onderbouwing. En dat dan gevraagd wordt: "Waarom dit verhaal. Waarom deze stellingname? Waarom gekozen voor deze argumenten, voorbeelden, analogieën?".

Dus een simpele waarom-vraag i.p.v. kritiek, etiketteren, vragen naar de waarheidswaarde of komen met een eigen verhaal.


Een ontregelende vraag, want de spreker meende -in alle oprechtheid- klaar te zijn. Een beetje een gemene vraag ook, want argumenten geven voor argumenten dat is een gebed zonder end.


Het ware beter geweest, wanneer de film Fitna als verhaal zou zijn geaccepteerd of beter: als een verhaal. Dat het oordeel was opgeschort ( "einklammeren" heet dit tussenhaakjes zetten van de werkelijkheid bij Husserl). En dat nieuwsgierig was gevraagd naar het verhaal achter het verhaal, naar het wereldbeeld en naar de gronden van het engagement.


Dit is duidelijk niet de insteek van de zgn. inquisitie-journalistiek. Nee, het Fitna-verhaal bijv. mocht niet worden verteld (en meteen zegt iemand: "Dat mocht wel!") en moest kapot. Menigeen waande zich verzetsstrijder en voelde zich tot een mening verplicht.


Ik pleit voor meer maieutiek in de journalistiek. Een journalist zou meer vroedvrouw moeten zijn, zodat de geïnterviewde zijn verhaal kan doen en tot zijn recht komt.


rkh, 16-06-2011

vrijdag, juni 10, 2011

Rouvoet, jurist

Het verbaast Rouvoet dat hij tegenover liberalen die een teveel aan Islam/moslims suggereren, de vrijheid van godsdienst moet verdedigen. Dat begrijpt hij niet. [P&W, 29-04-2011].


Dit is typisch het onbegrip van een jurist die heeft geleerd in termen van Gelijkheid te denken, waarbij van inhoud wordt geabstraheerd. Alle godsdiensten moeten de jurist even lief zijn. Zo staat geschreven en dat is heilig.


Deze juridische kijk bepaalt het wereldbeeld van Rouvoet. Over de zwarte kant van de Islam wordt dan ook niet gerept. Nix aan de handa (Reve) wat dat betreft.

Maar als politicus moet Rouvoet natuurlijk ook wat vinden, dus krijgen de "populisten" de schuld. Hij keert zich dan ook tegen "het maatschappelijk sentiment dat we niet te veel moslims moeten hebben".


Het is deze juridische benadering die hem van zijn achterban heeft vervreemd. Die kijkt TV, hoort radio en leest de krant en denkt: "Nog meer moslims? Over mijn lijk".

Met recht kan gezegd worden dat de herder van de kudde is afgedwaald.

rkh, 03-04-2011

donderdag, juni 09, 2011

Een nieuwe dooddoener

De uitdrukking "fact free policy" is in opkomst. Wie de uitdrukking gebruikt, beweert iets: namelijk dat sommige politici zo maar iets zeggen zonder basis in de feiten. Waar is deze bewering zelf op gebaseerd? Wat zijn de feiten?

Volgens mij, doet iemand die wil overtuigen altijd beroep op feiten. De liefhebber van polygamie bijv. zal zeggen, dat deze constructie weduwen beschermt, dat veelwijverij het libido van de man beteugelt etc.
Het kan zijn dat je iets geen feit vindt, dat feiten niet kloppen of dat je het er niet mee eens bent. Maar een politieke stellingname is nimmer "fact free", althans niet voor alle partijen. Zie ook het kernenergie-debat of het debat over een verbod op ritueel slachten. Een discussie gaat tegenwoordig niet meer zonder een beroep op wetenschappelijke rapporten. Sterker nog: er is de neiging wetenschap te laten beslissen (Maar zoals Martin Sommer opmerkt: "Feiten nemen geen besluiten").

"Fact free policy" is -net als "onderbuik", "irrationeel", "populisme" en "extreem-rechts"- een etiket waarmee de etikettenplakker kenbaar maakt ergens niet mee eens te zijn. Niets meer en niets minder. Er wordt niets beschreven, behalve dan de gemoedstoestand van de plakker.
De keuze voor dergelijke pejoratieve woorden/uitdrukkingen is politiek bepaald.

Het verwijt van "fact free policy" is dus -volgens mij- het enige voorbeeld van "fact free policy". Het verwijt is namelijk nergens op gebaseerd.

rkh, 07-06-2011

woensdag, april 20, 2011

Een discursief volkje

Grote veranderingen gaan in Nederland niet gepaard met groot verzet. Denk aan de onderwijsdemocratisering van '70. Denk aan het gekraak en het gedoog. Denk aan het homohuwelijk.
Waarom heeft de zwijgende meerderheid geen verweer en is er geen verzet, terwijl ze toch wel tegen is?

Ter verklaring wordt meestal verwezen naar de traditie van tolerantie en die van 'wegkijken'. Dat zal allemaal waar zijn. Maar de afwezigheid van een verzetstraditie heeft er ook mee te maken dat we een "discursief volkje" zijn. En misschien is deze discursieve inslag wel funderend voor de tolerantie en onverschilligheid.

Met "discursief volkje" bedoel ik, dat wij -Nederlanders- alles willen beredeneren. Wij stellen rede boven intuïtie, ratio boven emotie, woord boven zweep.
We willen redeneren, maar ontdekken dan algauw dat we geen verweer hebben, dat we niets te zeggen hebben. En dat heeft er mee te maken dat wat is, net zo goed niet had kunnen zijn en omgekeerd. De wereld hangt van contingenties aan elkaar en dan is het moeilijk redeneren.

Het heeft niet veel gescheeld of we hadden nu een pedo-vriendelijke wetgeving en praktijk gehad. Met de zegen van Hirsch Ballin en Rabbae en de zwijgende meerderheid zou het hebben geslikt. Dat het uiteindelijk niet doorging, heeft niets met argumenten te maken, maar alles met toeval, namelijk met Dutroux.

rkh, 18-04-2011

woensdag, april 06, 2011

"Mensen die kunnen en willen werken"

Ik hoorde afgelopen weekend bovenstaande uitdrukking weer eens langskomen*. De uitdrukking irriteert. Ik hoor er begrip voor werkweigeraars in. Hoe kan dat?

Er wordt niet gezegd: "Mensen die (graag) willen werken ....". Dan is het duidelijk en heb ik geen punt.
Maar de zinsnede is: "Mensen die kunnen en willen werken". Wat voegt "kunnen" toe?

Is het om te onderscheiden van "Mensen die niet kunnen werken, maar wel willen werken"? Dat is een categorie die aandacht behoeft, maar is hier niet het onderwerp.

Of is het om te contrasteren met "Mensen die wel kunnen, maar niet willen werken"? Maar daar hebben we "kunnen" helemaal niet voor nodig en verder is het geen reëel alternatief om tegen af te zetten en daarmee de onderhanden uitdrukking betekenis te geven. Toch resoneert deze variant mee.

Door "kunnen" toe te voegen, krijgt "willen" ("kunnen én willen") extra nadruk en daardoor lijkt "niet willen" een reële mogelijkheid. Zoals ook een al te expliciet "ik heb het niet gedaan!" verdenking oproept.
"Mensen die kunnen en willen werken" suggereert dat er iets te kiezen valt. Dat uitkering of werk de keuze is die voorligt.

Het is SP-jargon. Een SP'er ziet immers niet graag dat een werkeloze verplicht wordt lang te reizen, beneden zijn niveau te werken of loon in te leveren**. Het willen is conditioneel.
Subliminaal krijgen we het SP-gedachtegoed zo toch nog binnen: mensen zijn zielig, het is allemaal de schuld van het kapitaal.

* Waarschijnlijk hoorde ik dat uit de mond van Dennis de Jong (SP-lid van het Europees Parlement) die net het armoede netwerk had bezocht.
** Enquête van De Hond.
rkh, 04-04-2011

zondag, april 03, 2011

Drie missers op 1

In het NOS-radio 1-journaal van 29 maart is naturalisatie één van de onderwerpen. Donner stelt een aanscherping van de eisen voor. Er moet beter gekeken worden naar inkomen, taalvaardigheid en beroepskwalificatie.

De aanscherping zou -volgens Donner- de nieuwe Nederlander "maximaal stimuleren mee te doen in de samenleving". Dat is de eerste misser. Want, waarom moeten WIJ iemand stimuleren die hier uit zichzelf naar toe is gekomen? Wie stimulering behoeft, moet vooral wegblijven. Verhullende taal houdt de burger voor gek.

De verslaggevers van dienst Laura Rensen en Marcel Oosten kiezen voor de aanval, maar dan vanuit een zeer bepaalde hoek, namelijk die van "kan niet, mag niet". Dat is de tweede misser. Dus bijv. geen vragen over wat een nieuwkomer met een minimumloon (de minimum eis) bijdraagt en of heffen van een toegangsprijs niet voor de hand ligt.
Hier wordt vanuit de nieuwkomer gedacht, niet vanuit de samenleving.

De derde misser is de Maastrichtse hoogleraar rechtsvergelijking René de Groot om commentaar vragen. Volgens mij een vakidioot die niet zelf over (het) recht heeft nagedacht, slechts reproduceert wat staat geschreven en angstvallig binnen de lijntjes kleurt*.
De geleerde vermoedt dat kwalificatie-eisen stellen, indirecte discriminatie is. Want vrouwen zullen hier eerder slachtoffer van worden dan mannen.
Ook de inkomenseis is -volgens hem- een wassen neus. Want volgens Europees recht heeft in principe iedereen die hier meer dan 10 jaar verblijft, recht op een Nederlands paspoort.
Exit Donner. De Groot stelt beide verslaggevers niet teleur.


* Een paar jaar terug schreef De Groot een stuk over het dubbele paspoort. Vervolgens werd hij overal uitgenodigd tot aan Buitenhof toe. Zijn optreden vond ik steeds zwak. Bij Mieke van der Wey in het Oog kon hij geen enkel probleem met dit -volgens mij- juridisch monstrum bedenken.
Lange tijd niets meer vernomen en zie daar. Twan Tak uitnodigen had een ander verhaal opgeleverd.

rkh, 02-04-2011